Alle regelingen

Alle regelingen

Dit zijn alle subsidies en regelingen die in de subsidiescanner zijn opgenomen.

AlleBelasting/RijkUWVBrancheGemeente
Agrarisch - Bos en Natuur - Subsidie BBL-opleidingen
Werkgevers in de sector Bos en Natuur kunnen in aanmerking komen voor scholingssubsidie voor werkenden die een BBL-opleiding volgen op niveau 2, 3 of 4.. De subsidie bedraagt € 60,- per schooldag. De maximale vergoeding per werknemer is € 2.400,- per schooljaar. Jaarlijks op 1 september worden de vergoedingen vastgesteld.

Deze subsidie is alleen voor branche: Bos en natuur

Agrarisch - Glastuinbouw - Seniorenregeling
De seniorenregeling biedt werkgevers in de sector Glastuinbouw financiële mogelijkheden om oudere werknemers zo lang mogelijk gezond door te laten werken en hun kennis over te laten dragen aan de nieuwe generatie op de werkvloer. Zo kan worden ingezet op duurzame inzetbaarheid en een goede kennisoverdracht.

Met de seniorenregeling krijgen werkgevers de optie om de arbeidstijd van oudere medewerkers te verminderen naar 80%, terwijl de medewerkers 90% van hun salaris behouden. De vergoeding bestaat uit een negende deel van het bruto weekloon (gebaseerd op 80% werken tegen 90% loon), de verschuldigde vakantietoeslag en de verschuldigde werkgeverslasten.

De hoogte van het te vergoeden bedrag wordt jaarlijks aangepast volgens de loonstijgingen van de sector. Per 1 januari 2017 bedraagt de vergoeding voor werkgevers €79,67 per gedeclareerde seniorendag.

Deze subsidie is alleen voor branche: Glastuinbouw

Agrarisch - Glastuinbouw - Subsidie BBL-opleidingen
Werkgevers in de sector Glastuinbouw kunnen in aanmerking komen voor scholingssubsidie voor werkenden die een BBL-opleiding volgen op niveau 1, 2, 3, of 4. De subsidie bedraagt € 30,- per schooldag. De maximale vergoeding is € 1.000,- per schooljaar.

Deze subsidie is alleen voor branche: Glastuinbouw

Agrarisch - Hoveniers - Employabilityregeling
Speciaal voor hoveniers en groenvoorzieners is de employabilityregeling ingevoerd. Middels deze regeling krijgen hoveniers en groenvoorzieners de mogelijkheid om te groeien en hun inzetbaarheid te verbreden.
De employabilityregeling stelt een financiële vergoeding beschikbaar voor hoveniers en groenvoorzieners die een cursus of opleiding naast hun werk willen volgen.
Binnen deze regeling wordt de ruimte geboden om zowel binnen als buiten de eigen sector een opleiding of cursus te volgen. De opleiding of cursus kan dus bedoeld zijn om door te groeien binnen het eigen werkveld, maar ook om een nieuw beroep te leren. Een link met de hovenierssector is dus niet noodzakelijk, zolang de cursus of opleiding maar arbeidsgericht is.

De vergoeding per werknemer bedraagt maximaal €1.500,-. Dit hoeft niet aan één opleiding of cursus te worden besteed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Hoveniers

Agrarisch - Hoveniers - Seniorenregeling
De seniorenregeling biedt werkgevers in de Hovenierssector financiële mogelijkheden om oudere werknemers zo lang mogelijk gezond door te laten werken en hun kennis over te laten dragen aan de nieuwe generatie op de werkvloer. Zo kan worden ingezet op duurzame inzetbaarheid en een goede kennisoverdracht.
Met de seniorenregeling krijgen werkgevers de mogelijkheid om de arbeidstijd van medewerkers te verminderen van vijf dagen (100%) naar vier dagen (80%) terwijl medewerkers 90% van hun salaris behouden. Bij een arbeidsovereenkomst voor minder dan fulltime zal de vergoeding naar rato worden aangepast. De vergoeding bestaat uit een negende deel van het bruto weekloon (gebaseerd op 80% werken tegen 90% loon), de verschuldigde vakantietoeslag en de verschuldigde werkgeverslasten.

De hoogte van het te vergoeden bedrag wordt jaarlijks aangepast volgens de loonstijgingen van de sector. Per 1 januari 2017 bedraagt de vergoeding voor werkgevers €115,- per gedeclareerde seniorendag.

Deze subsidie is alleen voor branche: Hoveniers

Agrarisch - Hoveniers - Subsidie BBL-opleidingen
Werkgevers in de Hovenierssector kunnen in aanmerking komen voor scholingssubsidie voor werkenden die een BBL-opleiding volgen op niveau 2, 3, of 4. De subsidie betreft de compensatie van loondoorbetaling conform de cao. De subsidie bedraagt €3.000,- in het eerste aanvraagjaar, €2.000,- in het tweede aanvraagjaar en €1.000,- in het derde aanvraagjaar (gebaseerd op 37-urige werkweek). Na het derde jaar wordt geen subsidie meer verstrekt. Jaarlijks per 1 juni wordt de vergoeding vastgesteld.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Agrarisch - Loonwerk - Onwerkbaar weer
Het Overbruggingsfonds (OBF) stelt werkgevers van bedrijven die het meest beïnvloed worden door slecht weer, in staat om deze periodes financieel op te vangen en tegelijkertijd werknemers in vaste dienst te houden. Doordat werknemers in vaste dienst blijven, betaalt de werkgever verlaagde WW-premie in plaats van de normale WW-premie.
Na aanmelding van de werknemers kunnen werkgevers jaarlijks, maximaal 30 dagen, gebruikmaken van de regeling. Het aantal dagen is afhankelijk van het aantal maanden dat de werknemers bij de werkgever in dienst zijn.
Werkgevers bepalen zelf wanneer de werknemers een overbruggingsdag opnemen. Tijdens deze dagen betaalt de werkgever 80% van het brutoloon door. Daarna kunnen werkgevers bij het OBF een deel van de loonkosten declareren. Het fonds hanteert hierbij een vast bedrag voor iedere gedeclareerde overbruggingsdag.

De OBF-vergoedingen in de periode 2016-2017 bedragen €88,41 per overbruggingsdag. Deze vergoeding geldt ook voor de ondernemingen Gebr. Van Kessel en Hommel.

Deze subsidie is alleen voor branche: Loonwerk

Agrarisch - Loonwerk - Seniorenregeling
De seniorenregeling biedt werkgevers in de loonwerksector financiële mogelijkheden om oudere werknemers zo lang mogelijk gezond door te laten werken en hun kennis over te laten dragen aan de nieuwe generatie op de werkvloer. Zo kan worden ingezet op duurzame inzetbaarheid en een goede kennisoverdracht.

Met de seniorenregeling krijgen werkgevers de optie om de arbeidstijd van oudere medewerkers te verminderen van vijf dagen (100%) naar vier dagen (80%) terwijl de medewerkers 90% van hun salaris behouden. Bij een arbeidsovereenkomst voor minder dan fulltime zal de vergoeding naar rato worden aangepast. De vergoeding bestaat uit een negende deel van het bruto weekloon (gebaseerd op 80% werken tegen 90% loon), de verschuldigde vakantietoeslag en de verschuldigde werkgeverslasten.

De hoogte van het te vergoeden bedrag wordt jaarlijks aangepast volgens de loonstijgingen van de sector. Per 1 januari 2017 bedraagt de vergoeding voor werkgevers €85,30 per gedeclareerde seniorendag.

Deze subsidie is alleen voor branche: Loonwerk

Agrarisch - Loonwerk - Subsidie BBL-opleidingen
Werkgevers in de sector Loonwerk kunnen in aanmerking komen voor scholingssubsidie voor werkenden die een BBL-opleiding volgen op niveau 1, 2, of 3. De opleiding moet vóór 1 augustus 2015 zijn gestart. De subsidie bedraagt € 30,- per schooldag. De maximale vergoeding is € 1.200,- per schooljaar per werknemer. Jaarlijks op 1 september worden de vergoedingen vastgesteld.

Deze subsidie is alleen voor branche: Loonwerk

Agrarisch - Loonwerk - Subsidie BBL-praktijktrainingen
Werkgevers in de sector Loonwerk kunnen in aanmerking komen voor scholingssubsidie voor werkenden die een BBL-opleiding volgen op niveau 2 of 3 en aanvullend noodzakelijke extra praktijktraining moeten volgen. De subsidie bedraagt 50% van de kosten, met een maximum van €1.500,- per werknemer per jaar.

Deze subsidie is alleen voor branche: Loonwerk

Agrarisch - Open teelt - Onwerkbaar weer
Het Overbruggingsfonds (OBF) stelt werkgevers van bedrijven die het meest beïnvloed worden door slecht weer, in staat om deze periodes financieel op te vangen en tegelijkertijd werknemers in vaste dienst te houden. Doordat werknemers in vaste dienst blijven, betaalt de werkgever verlaagde WW-premie in plaats van de normale WW-premie.

Na aanmelding van de werknemers kunnen werkgevers jaarlijks, maximaal 30 dagen, gebruikmaken van de regeling. Het aantal dagen is afhankelijk van het aantal maanden dat de werknemers bij de werkgever in dienst zijn.

Werkgevers bepalen zelf wanneer de werknemers een overbruggingsdag opnemen. Tijdens deze dagen betaalt de werkgever 80% van het brutoloon door. Daarna kunnen werkgevers bij het OBF een deel van de loonkosten declareren. Het fonds hanteert hierbij een vast bedrag voor iedere gedeclareerde overbruggingsdag.

De OBF-vergoedingen in de periode 2016-2017 bedragen €86,82 per overbruggingsdag.

Deze subsidie is alleen voor branche: Open teelt

Agrarisch - Werken aan morgen 2.0
Werkgevers en werknemers in de agrarische en groene sectoren kunnen werken aan vitaliteit en duurzame inzetbaarheid via www.werkenaanmorgen.nl. Deze site hoort bij het gelijknamige programma dat door Stigas is ontwikkeld in het kader van het Sectorplan Agrarisch en Groen. De site geeft informatie, een overzicht van de diverse ondersteuningsmogelijkheden vanuit Stigas, en biedt de mogelijkheid om zelf scans te doen en een afspraak te maken met een adviseur. Het programma Werken aan morgen helpt werkgevers en werknemers om langer gezond en productief te kunnen doorwerken.
Werken aan morgen wordt in het kader van het Sectorplan Agrarisch en Groen gesubsidieerd door onder meer het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Colland. Dit maakt dat werkgevers en werknemers gratis aan de activiteiten kunnen deelnemen.

Deze subsidie is alleen voor branche: Bos en natuur, Dierhouderij, Glastuinbouw, Hoveniers, Landbouw en visserij, Loonwerk, Open teelt

Agrarisch en groen - Cursusgroepen
Het fonds Colland Arbeidsmarkt stimuleert het vergroten van de vakkennis en vaardigheden van werknemers in de agrarische en groene sector. Dit is van belang voor de ontwikkeling van de werknemer en het bedrijf. Het fonds verstrekt een tegemoetkoming in de kosten voor cursussen. Deze zijn ingedeeld in verschillende cursusgroepen, afhankelijk van de sector. Per cursusgroep verschillen de vergoedingen en voorwaarden.

Deze subsidie is alleen voor branche: Dierhouderij, Glastuinbouw, Hoveniers, Open teelt, Paddenstoelenteelt, Groenvoederdrogerij, Groothandel in Bloembollen

Belastingdienst - Arbeidsgehandicapte werknemer (Mobiliteitsbonus)
De mobiliteitsbonus is een premiekorting waar een werkgever aanspraak op maakt indien iemand met een arbeidshandicap in dienst wordt genomen.

Voor arbeidsgehandicapte werknemers die behoren tot de doelgroep banenafspraak bedraagt de premiekorting maximaal €2.000,- op basis van een dienstverband van 36 uur.

Voor arbeidsgehandicapte werknemers die aan de voorwaarden voldoen maar niet tot de doelgroep banenafspraak behoren, kan de werkgever aanspraak maken op een premiekorting van maximaal € 7.000 per jaar voor maximaal 3 jaar op basis van een 36-urige werkweek.

Wanneer de werknemer minder dan 36 uur werkt moet de premiekorting in beide situaties evenredig verlaagd worden.

Let op:
Deze premiekorting mag niet tegelijk toegepast worden met de premiekorting oudere werknemer of de premiekorting jongere werknemer. Indien er tegelijkertijd recht bestaat op beide premies, dient de werkgever de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers toe te passen.

De mobiliteitsbonus stopt per 01-01-2018. Lopende bonussen zullen in 2018 worden omgezet in loonkostenvoordelen. Het loonkostenvoordeel waar de medewerker voor in aanmerking komt is afhankelijk van het wel/niet opgenomen zijn in het doelgroepregister of het wel/niet behoren tot de doelgroep scholingsbelemmerden. Daarnaast komt er een apart loonkostenvoordeel voor het herplaatsen van arbeidsgehandicapten.

Klik hier voor de regeling loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Klik hier voor de regeling loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemers.

Klik hier voor de regeling loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemers.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Lage-inkomensvoordeel (LIV)
Vanaf 1 januari 2017 kunnen werkgevers gebruik maken van het lage-inkomensvoordeel. Dit is een belastingmaatregel die het voor werkgevers financieel aantrekkelijker maakt om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt aan te nemen. Zo kunnen werkgevers een vergoeding krijgen wanneer zij bijvoorbeeld langdurig werklozen of mensen met een arbeidsbeperking aannemen. Door deze financiële bijdrage blijven de loonkosten laag voor werknemers die 100 tot 125% van het WML (van een 23-jarige) verdienen en wordt getracht zowel inkomenszekerheid als werkgelegenheid voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te waarborgen.
Het loonkostenvoordeel wordt naar rato berekend op basis van het aantal gewerkte uren per jaar. Daarnaast hanteert de Belastingdienst twee maximale voordelen die afhankelijk zijn van het loon van de werknemer:

  1. Voor werknemers die tussen 100% en 110% van het WML (van een 23 jarige) verdienen kunnen werkgevers per jaar maximaal € 2.000,- voordeel op de loonkosten krijgen.
  2. Voor werknemers die tussen 110% en 125% van het WML (van een 23 jarige) verdienen kunnen werkgevers per jaar maximaal € 1.000,- voordeel op de loonkosten krijgen.

De Belastingdienst keert op basis van gegevens van UWV de vergoeding aan werkgevers over 2017 in 2018 automatisch uit. De aangiften loonheffing zijn hiervoor de basis. Voor het recht op het lage-inkomensvoordeel hoeven werkgevers dus geen doelgroepenverklaring aan te vragen en ook geen vinkje te zetten in de loonaangifte.

Let op:
  • In 2017 kan het lage-inkomensvoordeel samengaan met de
    premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers (mobiliteitsbonus) voor de doelgroep banenafspraak. In de jaren 2018 tot en met 2020 gaat de premiekorting voor op het lage-inkomensvoordeelindien op beide regeling aanspraak gemaakt kan worden. Vanaf 2021 geldt alleen het lage-inkomensvoordeel.
  • Het lage-inkomensvoordeel mag gecombineerd worden met loonkostensubsidie.
  • Met ingang van 1 januari 2018 kunnen werknemers die jonger zijn dan 22 recht hebben op het jeugd-LIV. Het jeugd-LIV is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). De nieuwe tegemoetkoming komt er, omdat er met ingang van 1 juli 2017 wijzigingen zijn aangebracht in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Klik hier voor meer informatie over het jeugd-LIV.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Loonkostenvoordeel (LKV) arbeidsgehandicapte werknemer
Vanaf 1 januari 2018 kunnen werkgevers gebruik maken van het loonkostenvoordeel voor arbeidsgehandicapte werknemers. Dit is een nieuwe belastingmaatregel die, tezamen met het LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden en het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer (mobiliteitsbonus) vervangt. Klik hier voor de regeling mobiliteitsbonus
Werkgevers kunnen met deze regeling in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming indien zij een werknemer met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Hierbij gaat het om arbeidsgehandicapte werknemers die niet vallen onder de doelgroep banenafspraak. Dit zijn personen die recht hebben op een WIA-uitkering.

Het loonkostenvoordeel voor arbeidsgehandicapte werknemers bedraagt € 3,05 per werknemer per uur met een maximum van € 6.000 per werknemer per jaar (op basis van een 38-urige weerkweek). Werkgevers kunnen dit voordeel maximaal drie jaar ontvangen.
Het bedrag wordt dus niet meer zoals bij de huidige premiekortingen verrekend met de premie, maar wordt achteraf door de belastingdienst aan de werkgever uitbetaald en is gebaseerd op het aantal gewerkte uren door de werknemer.

Bij deze regeling is een zogeheten draaideurbepaling opgenomen. Dit houdt in dat werkgevers niet in aanmerking komen voor loonkostenvoordeel als de desbetreffende werknemer in het voorafgaande half jaar al bij de werkgever in dienst geweest is.
Het UWV of de gemeente zal ambtshalve aan werkgevers een overzicht verstrekken van de werknemers voor wie de werkgever een verzoek voor een of meerdere LKV’en heeft gedaan, met daarbij een (voorgenomen) beoordeling met betrekking tot deze werknemers.

Let op:

  • Lopende premiekortingen arbeidsgehandicapte werknemers(mobiliteitsbonus) zullen in 2018 worden omgezet in het loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer voor de resterende periode.

  • Deze regeling kan niet gecombineerd worden met loonkostensubsidie.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Loonkostenvoordeel (LKV) doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
Vanaf 1 januari 2018 kunnen werkgevers gebruik maken van het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak. Dit is een nieuwe belastingmaatregel die de premiekorting arbeidsgehandicapten (mobiliteitsbonus) voor de doelgroep banenafspraak vervangt. Klik hier voor de regeling mobiliteitsbonus.

Werkgevers kunnen met deze regeling in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming indien zij een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst nemen die behoort tot de doelgroep banenafspraak of de groep scholingsbelemmerden.

Het loonkostenvoordeel voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt € 1,01 per werknemer per verloond uur met een maximum van € 2.000 per jaar (op basis van een 38-urige weerkweek). Werkgevers kunnen dit voordeel maximaal drie jaar ontvangen bij het in dienst nemen van nieuwe werknemers.
Het bedrag wordt in tegenstelling tot de huidige premiekortingen niet meer verrekend met de premie, maar wordt achteraf door de belastingdienst aan de werkgever uitbetaald en is gebaseerd op het aantal door de werknemer gewerkte uren.

Bij deze regeling is een zogeheten draaideurbepaling opgenomen. Dit houdt in dat werkgevers niet in aanmerking komen voor loonkostenvoordeel als de desbetreffende werknemer in het voorafgaande half jaar voor de indiensttreding, al bij de werkgever in dienst geweest is.

Het UWV zal voor de indiensttreding aan werkgevers een overzicht verstrekken van de werknemers voor wie de werkgever een verzoek voor een loonkostenvoordeel heeft gedaan, met daarbij een verklaring doelgroep banenafspraak of een verklaring scholingsbelemmeringen.

Let op:
  • Lopende premiekortingen zullen in 2018 worden omgezet in het loonkostenvoordeel voor de resterende periode.
  • Indien werknemers voor zowel het loonkostenvoordeel als het lage-inkomensvoordeel (LIV) in aanmerking komen, geldt het loonkostenvoordeel. Vanaf 2018 kan het LIV worden toegekend na afloop van het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak (of de premiekorting arbeidsgehandicapten), dus volgtijdelijk, zolang de werknemer niet meer verdient dan 120% van het minimumloon. Wanneer het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak in 2021 afloopt blijft het LIV voor de doelgroep banenafspraak bestaan, omdat het een structurele maatregel betreft.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer
Vanaf 1 januari 2018 kunnen werkgevers gebruik maken van het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers. Dit is een nieuwe belastingmaatregel die de premiekorting oudere werknemer vervangt.
Werkgevers kunnen met deze regeling in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming indien zij een persoon in dienst nemen die 56 jaar of ouder is en voor de indiensttreding een uitkering had.

Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers bedraagt € 3,05 per werknemer per uur met een maximum van € 6.000 per werknemer per jaar (op basis van een 38-urige werkweek). Werkgevers kunnen dit voordeel maximaal drie jaar ontvangen bij het in dienst nemen van een nieuwe werknemer en maximaal 1 jaar bij het in dienst houden van een werknemer met een (gedeeltelijke) WIA-uitkering.
Het bedrag wordt dus niet meer zoals bij de huidige premiekortingen verrekend met de premie, maar wordt achteraf door de belastingdienst aan de werkgever uitbetaald en is gebaseerd op het aantal gewerkte uren door de werknemer.

Bij deze regeling is een zogeheten draaideurbepaling opgenomen. Dit houdt in dat werkgevers niet in aanmerking komen voor loonkostenvoordeel als de desbetreffende werknemer in het voorafgaande half jaar al bij de werkgever in dienst geweest is.

Het UWV of de gemeente zal aan werkgevers een overzicht verstrekken van de werknemers voor wie de werkgever een verzoek voor een of meerdere loonkostenvoordelen heeft gedaan, met daarbij een (voorgenomen) beoordeling met betrekking tot deze werknemers. Dit dient bij aanvang van het in dienst nemen van de oudere werknemer te gebeuren.

Let op:
Lopende premiekortingen oudere werknemers zullen in 2018 worden omgezet in het loonkostenvoordeel oudere werknemer voor de resterende periode.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer
Vanaf 1 januari 2018 kunnen werkgevers gebruik maken van het loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer. Werkgevers kunnen met deze regeling in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming bij de herplaatsing van een arbeidsgehandicapte werknemer. Het gaat bij dit loonkostenvoordeel om de situatie dat geen sprake is van een indiensttreding, maar van gehele of gedeeltelijke hervatting van de functie bij de eigen werkgever of het gaan bekleden van een andere functie bij de werkgever, nadat recht bestond op een WIA-uitkering.

Het loonkostenvoordeel voor het herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers is gelijk aan het loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer en bedraagt € 3,05 per werknemer per uur met een maximum van € 6.000 per werknemer per jaar (op basis van een 38-urige werkweek). Werkgevers kunnen dit voordeel maximaal één jaar ontvangen, omdat er sprake is van een voortzetting van een bestaande arbeidsrelatie.

Het bedrag wordt niet meer zoals bij de huidige premiekortingen verrekend met de premie, maar wordt achteraf door de belastingdienst aan de werkgever uitbetaald en is gebaseerd op het aantal gewerkte uren door de werknemer.

Let op:
- Deze regeling kan niet gecombineerd worden met loonkostensubsidie.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Premiekorting jongere werknemer
Als een werkgever een werknemer in dienst neemt in de leeftijd 18 t/m 26 jaar, kan de werkgever per werknemer € 3.500 premiekorting per jaar ontvangen voor maximaal 2 jaar en uiterlijk t/m 31-12-2017. De premiekorting geldt als de werknemer recht had op een WW-uitkering of een uitkering op grond van de Participatiewet en ten minste 32 uur per week komt te werken voor de duur van minimaal zes maanden.

De werkgever mag de premiekorting toepassen zolang de dienstbetrekking duurt, met een maximum van 2 jaar.De premiekorting kan alleen worden toegepast voor werknemers die vóór 01-01-2016 in dienst zijn genomen. De premiekorting geldt dus uiterlijk t/m 31-12- 2017.

Let op:
Deze premiekorting kan in níet gecombineerd worden met de gemeentelijke loonkostensubsidie.
Deze premiekorting mag niet tegelijk toegepast worden met de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers. Indien er tegelijkertijd recht bestaat op beide premies, dient de werkgever de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers toe te passen.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Premiekorting oudere werknemers
Een werkgever heeft recht op deze premiekorting als de werkgever in 2016 een uitkeringsgerechtigde in dienst heeft genomen die 56 jaar of ouder is.

De premiekorting bedraagt bij een dienstverband van tenminste 36 uur per week € 7.000 per jaar. Wanneer de werknemer minder dan 36 uur per week werkt, dient de premiekorting evenredig verlaagd te worden. De premiekorting kan worden toegepast zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal 3 jaar en uiterlijk totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt.
De werkgever hoeft geen toestemming te vragen om deze premiekorting toe te passen.

Let op:
Deze premiekorting mag niet tegelijk toegepast worden met de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers. Indien er tegelijkertijd recht bestaat op beide premies, dient de werkgever de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers toe te passen.

Deze premiekorting kan níet gecombineerd worden met de gemeentelijke loonkostensubsidie.

De premiekorting oudere werknemers stopt per 01-01-2018 en wordt vervangen door Loonkostenvoordeel Oudere Werknemers. Lopende premiekortingen oudere werknemers zullen in 2018 worden omgezet in het loonkostenvoordeel oudere werknemer voor de resterende periode. Klik hier voor de regeling Loonkostenvoordeel Oudere Werknemers.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Premievrijstelling marginale arbeid
Als een werkgever een uitkeringsgerechtigde kortdurend (maximaal 6 aaneengesloten weken) in dienst neemt, kan de Belastingdienst op verzoek van de werkgever voor die werknemer vrijstelling verlenen voor de premies werknemersverzekeringen.

Een uitkeringsgerechtigde is iemand die bij UWV als werkzoekende is geregistreerd en direct voor indiensttreding recht had op één van de volgende uitkeringen of inkomensvoorzieningen of op arbeidsondersteuning:
  • Werkloosheidsuitkering (WW, IOW). Hieronder valt ook een uitkering waarmee UWV de verplichting van een betalingsonmachtige werkgever overneemt.
  • Arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, Wet Wajong, Waz).
  • Bijstandsuitkering (Participatiewet, IOAW, IOAZ).
  • Uitkering op grond van de Toeslagenwet.
  • Inkomensvoorziening op grond van de Wet Wajong.
  • Arbeidsondersteuning op grond van de Wet Wajong.
  • Uitkering op grond van vergelijkbare regelingen of een combinatie van deze regelingen.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst - Regeling extraterritoriale kosten voor ingekomen werknemers (30%-regeling)
Wanneer een werkgever een werknemer met een specifieke deskundigheid uit het buitenland in dienst neemt, is er een fiscale tegemoetkoming voor de werknemer beschikbaar. De ingekomen werknemer maakt mogelijk extra kosten, de zogenoemde extraterritoriale kosten. De werkgever mag een vrije (onbelaste) vergoeding geven voor de extraterritoriale kosten die worden gemaakt. Het salaris kan voor 30% belastingvrij (loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen) uitbetaald worden. Hiervoor is het niet nodig eventuele onkosten te bewijzen.
Het doel van de Regeling extraterritoriale kosten, is een fiscale tegemoetkoming bieden voor ingekomen werknemers die een specifieke deskundigheid bezitten en op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig zijn.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Belastingdienst – Regeling extraterritoriale kosten voor uitgezonden werknemers (30%-regeling)
Wanneer een werkgever een werknemer naar het buitenland zendt, is er een fiscale tegemoetkoming voor de werknemer. De uitgezonden werknemer maakt mogelijk extra kosten, de zogenoemde extraterritoriale kosten. De werkgever mag een vrije (onbelaste) vergoeding geven voor de extraterritoriale kosten die worden gemaakt. Het salaris kan voor 30% belastingvrij (loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen) uitbetaald worden. Hiervoor is het niet nodig eventuele onkosten te bewijzen. . Er is hiervoor geen beschikking nodig.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Besloten busvervoer - Subsidie Code 95
Touringcarchauffeurs die beroepsmatig hun vak uitoefenen dienen de code 95 op hun rijbewijs te hebben staan. Om Code 95 opleidingen te stimuleren geeft het Fonds Scholing en Ordening voor het besloten busvervoer 15% subsidie aan werkgevers die investeren in de scholing van hun werknemers.

Deze subsidie is alleen voor branche: Besloten busvervoer

Besloten busvervoer - Subsidie Deeltijdopleiding touringcarchauffeur
Het Fonds Scholing en Ordening voor het besloten busvervoer (FSO) verstrekt 40% subsidie aan werkgevers die een (aankomend) chauffeur de deeltijdopleiding touringcarchauffeur laten volgen bij een particuliere/commerciële opleider.

Deze subsidie is alleen voor branche: Besloten busvervoer

Besloten busvervoer - Subsidie Functie gerelateerde opleidingen
Het Fonds Scholing en Ordening voor het besloten busvervoer verstrekt 25% subsidie aan werkgevers die investeren in de functie gerelateerde scholing van hun werknemers.
Onder functie gerelateerde opleidingen worden opleidingen verstaan waarmee een medewerker beter voorbereid is op het uitvoeren van zijn huidige functie. Voorbeelden hiervan zijn:
- Veiligheidstraining op de baan
- Telefonische acquisitie
- Klantgericht telefoneren en handelen
- Verkooptraining binnen- en buitendienst
- Talencursus

Deze subsidie is alleen voor branche: Besloten busvervoer

Besloten busvervoer - Subsidieregeling Voltijdopleiding tot touringcar chauffeur
Het chauffeurscorps in de touringcarsector is sterk vergrijsd met een gemiddelde leeftijd van 57 jaar. De komende jaren is er sprake van een aanzienlijke vervangingsvraag.
Daarom kunnen werkgevers binnen de sector besloten busvervoer nu subsidie ontvangen indien zij werknemers laten opleiden tot touringcar chauffeur. Zij moeten de kandidaten dan wel een contract voor 32 uur per week voor 2 jaar aanbieden.
De kosten van de opleiding bedragen € 6.600,- waarvan de werkgever slechts 1/6e deel betaald.

Deze subsidie is alleen voor branche: Besloten busvervoer

BIKUDAK - Subsidie op Brancheactiviteit Dakvakman 2020
In het kader van het sectorplan BIKUDAK II (bitumineuze en kunststof dakbedekkers) is de roadshow Dakvakman 2020 opgezet. Doel is om bedrijven en werknemers te ondersteunen bij de eigen verantwoordelijkheid voor het werken aan duurzame inzetbaarheid.

Er zijn 4 hoofdthema’s die elk met een filmpje worden ingeleid. Ieder thema wordt met de deelnemers besproken door middel van een workshop of instructie. De invulling van de thema’s is maatwerk en gebeurt dus in overleg met het bedrijf. De thema’s zijn:
- Arbeidsverhoudingen
-Opleiding & ontwikkeling
- Veiligheid & gezondheid
- Maatschappelijk verantwoord Werkproces

De presentatie is in handen van de arbovoorlichters van SBD (Stichting Bedrijfstakregelingen Dakbedekkingsbranche). De roadshow heeft geen vaste invulling. Er kunnen activiteiten worden ingevoegd en het is mogelijk om een gastspreker uit te nodigen. Een roadshow duurt minimaal 2 tot maximaal 8 uur. Uitvoering kan zowel binnen als buiten de reguliere werktijden (vanaf 07.00 tot 20.00 uur).

Er zijn twee mogelijkheden:
1) Een collectieve bijeenkomst met het personeel op het bedrijf, zonder externe sprekers. Hieraan zijn geen kosten verbonden.
2) Een collectieve bijeenkomst met externe spreker(s), waaraan wel kosten zijn verbonden. De roadshow wordt bekostigd door het bedrijf dat de aanvraag indient. Het bedrijf ontvangt daarbij wel een financiële tegemoetkoming vanuit de bedrijfstak. Per aanvraag zal bekeken worden hoeveel zal worden vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Bikudak

BIKUDAK - Subsidie vacaturevervulling via opleidingen
Bevordering van instroom via een kwalificerende opleiding is een belangrijk beleidsdoel van de sector BIKUDAK. De sector stelt daarom een financiële bijdrage beschikbaar aan praktijkleerbedrijven die een praktijkopleidingsplaats bieden aan een leerling die een vakopleiding volgt volgens de Beroeps Begeleidende Leerweg.
De bijdrage is vastgesteld als een bedrag per leerling per maand en met een maximaal aantal maanden per opleidingsniveau volgens onderstaande tabel:



Opleiding Bijdrage Max. aantal maanden
BBL 1 € 225,- 5
BBL 2 € 175,- 10
BBL 3 € 125,- 10

Vooralsnog zijn deze bedragen vastgesteld voor het eerste jaar, zijnde mei 2016 tot mei 2017. Op basis van een evaluatie zullen de bedragen voor het tweede jaar worden bepaald.

Deze subsidie is alleen voor branche: Bikudak

Bouw en Infra - EVC-traject
Het aanbieden van een EVC-traject aan werknemers, die onder de bouw-cao vallen, is sinds 1 juli 2017 niet meer kosteloos. Sinds 1 juli 2017 is de bedrijfstaksubsidie stopgezet en daardoor is het niet meer mogelijk om onder de oude voorwaarden gebruik te maken van dit EVC-traject.

Volandis werkt aan een nieuw EVC-model. Het is nu al mogelijk om je aan te melden voor dit nieuwe model. Je komt dan op een wachtlijst. Als er meer informatie is over hoe het nieuwe EVC-model eruit ziet, wordt er contact met je opgenomen om verdere informatie te verstrekken en te starten.

Deze subsidie is alleen voor branche: Bouw & infra

Carrosseriebedrijf - EVC subsidie
Een werkgever in de carrosseriebranche die zijn werknemer(s) een EVC-traject heeft laten volgen, kan recht hebben op een subsidie van het OOC. De OOC bijdrage bedraagt maximaal € 673,- per EVC indien bij de vestiging van de werkgever 8 deelnemers of minder aan een EVC-traject deelnemen en maximaal € 573,- bij 9 deelnemers of meer.

Deze subsidie is alleen voor branche: Carrosseriebedrijf

Carrosseriebedrijf - Opleidingssubsidie
Werkgevers in de carrosseriebranche die hun werknemer(s) een opleiding laten volgen kunnen recht hebben op een subsidie. Het subsidiebedrag is € 72,- per dag (bij HBO-opleiding met goed gevolg afgesloten € 120,- per dag), maximaal 5 dagen subsidiabel per opleiding per persoon, maar niet meer dan 50% van de opleidingskosten.
Voor langlopende (avond)cursussen (met zelfstudie) zoals taalcurussen, computercursussen e.d. wordt een subsidie verstrekt van 50% van de kosten tot een maximum van € 360,-.
Voor gevolgde aanvullende praktijkopleidingsdagen (APO) zoals die worden verzorgd in de regionale opleidingscentra van VOC, wordt een subsidie verstrekt van € 111,25 per gevolgde APO dag.

Deze subsidie is alleen voor branche: Carrosseriebedrijf

Europese subsidie - ESF Sociale Innovatie en Transnationale Samenwerking
ESF Sociale Innovatie en Transnationale Samenwerking (SITS) biedt subsidie voor het bevorderen van sociale innovatie dan wel het bevorderen van transnationale samenwerking op het terrein van actieve inclusie.
Het subsidiepercentage is 50% van de subsidiabele kosten. In totaal is €5,3 miljoen beschikbaar. Per aanvraag is een minimum- en maximumbedrag aan subsidie in de subsidieregeling vastgesteld. Het minimum is €60.000,-, het maximum is €190.000,-.
Een project heeft een looptijd van maximaal 24 maanden en moet zich richten op:

  • Methodiek- of instrumentontwikkeling: het testen, verbeteren, onderzoeken, evalueren, innoveren en implementeren van bestaande of nieuwe instrumenten en werkwijzen uit de praktijk voor arbeidstoeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;

Of:
  • Kennisdeling: bevorderen dat partijen van elkaar leren op basis van praktijkervaringen bij arbeidstoeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.


De subsidie kan worden aangevraagd door centrumgemeenten binnen de arbeidsmarktregio’s, het UWV en het ministerie van Veiligheid & Justitie.

Deze subsidie is alleen voor branche: Gemeentelijke overheid, Openbaar Bestuur, Politie, Rijksoverheid

Europese subsidie - Your first EURES job
Wanneer een werkgever een nieuw aangenomen jonge medewerker (18 t/m 35 jaar) uit een ander Europees land in dienst neemt, biedt deze regeling ondersteuning.

Ondernemers kunnen hun vacature op de site van Your First EURES Job plaatsen. Mkb-ondernemers kunnen daarnaast een aanvraag indienen voor financiële ondersteuning voor de kosten van scholing of training van de nieuw aangenomen medewerker(s) ter ondersteuning van kennismaking met het nieuwe land.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Detacheringsbaan
Bij een detacheringsbaan worden werknemers uitgeleend aan een werkgever. De werkgever betaalt een inleenvergoeding. Vaak wordt dit gecombineerd met de inzet van loonkostensubsidie. De werknemer komt in dienst bij een nader te bepalen instelling/bedrijf (niet bij de gemeente) en wordt gedetacheerd bij een werkgever. Een detacheringsbaan is mogelijk indien de afstand tot de arbeidsmarkt dusdanig groot is dat reguliere plaatsing niet mogelijk is.

Let op:
Niet alle gemeenten bieden deze mogelijkheid


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Jobcoaching
Een jobcoach ondersteunt en begeleid een persoon met een arbeidsbeperking gedurende een bepaalde periode bij het verrichten van zijn taken op zijn werkplek. Het is van belang dat de ondersteuning noodzakelijk is in die zin, dat de werknemer zonder de ondersteuning niet zijn werkzaamheden zou kunnen uitvoeren. Gemeenten richten zich op de begeleiding na plaatsing bij de werkgever. De jobcoach begeleid de werknemer op een baan. Hij helpt op de werkvloer met inwerken, maakt een persoonlijk begeleidingsplan en is bereikbaar als er problemen ontstaan. Het doel van jobcoaching is dat de werknemer zelfstandig zijn werkzaamheden kan uitvoeren en/of de werkgever uiteindelijk zelf in staat is de werknemer te begeleiden op zijn werkplek.

Jobcoaching wordt per gemeente/regio verschillend ingevuld. Maar over het algemeen wordt het voorbeeld van de vier grote gemeenten in Nederland (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht) gevolgd, als zijnde goed voorbeeld. Hierbij geldt het volgende:
De jobcoaching kan uitgevoerd worden door de gemeente zelf, door een jobcoach die door de gemeente wordt ingekocht of door de werkgever zelf.

Er gelden vaste subsidiebedragen per jaar, veelal voor maximaal 2 jaar met een eventuele uitloop naar 3 jaar. De subsidiebedragen verschillen per gemeente. Vraag dit na bij de gemeente waar de potentiële werknemer woont.

Let op: In sommige gevallen is het mogelijk (een vergoeding voor) deze voorziening te ontvangen van UWV. Dit is het geval indien een werknemer met een arbeidsbeperking:
1. zélf een baan heeft gevonden bij een werkgever zonder ondersteuning van de gemeente; én
2. de werknemer het Wettelijk Minimumloon (WML) kan verdienen.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Loonkostensubsidie
Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen of in te lenen (detacheringsconstructie), heeft de gemeente de mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken.

De loonkostensubsidie kan worden verstrekt voor mensen die, als ze voltijds zouden werken, niet het WML kunnen verdienen. Dit betekent dat ze per uur minder productief zijn dan anderen. Zij hebben een loonwaarde van minder dan 100% van het wettelijk minimumloon. De loonkostensubsidie dient ter compensatie voor het verlies aan productiviteit.

Het kan gaan om personen met een arbeidsbeperking die vallen onder de Participatiewet, behoren tot de doelgroep banenafspraak, beschut werk, maar ook om mensen met een uitkering op grond van de Anw, IOAW, IOAZ, of om niet-uitkeringsgerechtigden die wel aanspraak kunnen maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling. De wijze waarop vastgesteld wordt wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, is afhankelijk van wat gemeenten hebben geregeld.

Gemeenten kunnen loonkostensubsidie ook voor andere doelgroepen verstrekken. Het gaat dan veelal om tijdelijke vormen op basis van lokale of regionale afspraken die al langer geleden zijn gemaakt. De subsidie wordt vooral als stimulans ingezet om uitkeringsgerechtigden te kunnen laten werken. De hiervoor beschreven landelijke regeling is gericht op mensen met een arbeidsbeperking en is niet per definitie tijdelijk.

De loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde. Dit bedrag wordt vervolgens vermeerderd met een vergoeding voor de werkgeverslasten. De hoogte van de subsidie is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Een eventueel verschil tussen minimumloon en CAO-loon is voor rekening van de werkgever.
Om de loonwaarde van een werknemer vast te kunnen stellen gaat een proefplaatsing (met behoud van uitkering) vaak vooraf aan het in dienst nemen van iemand. Zodoende kan tijdens de proefplaatsing de loonwaardebepaling goed uitgevoerd worden. Het is namelijk belangrijk dat de werknemer ingewerkt is op zijn functie.

Vanaf 1 februari 2017 zijn er wetswijzigingen doorgevoerd ten behoeve van het stroomlijnen van de loonkostensubsidie.
  1. Gemeenten kunnen tijdens de eerste zes maanden van een dienstbetrekking een forfaitaire loonkostensubsidie van 50% van het WML inzetten, zonder loonwaardebepaling bij het begin van de plaatsing. Na deze periode wordt de loonkostensubsidie voortgezet, maar berekend op basis van een op de werkplek vastgestelde objectieve loonwaarde. Deze regel is per 1 februari 2017 in werking getreden, met een terugwerkende kracht tot 4 juli 2016.
  2. Loonkostensubsidie voor jongeren met beperkingen die al werken
    Met de wetswijziging kunnen gemeenten loonkostensubsidie nu ook inzetten voor schoolverlaters afkomstig uit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entreeopleiding MBO die al werken bij een werkgever. Het gaat om kwetsbare jongeren die recent de overgang van school naar werk hebben gemaakt en tot de doelgroep van de banenafspraak behoren, of die beschut werk in de zin van de Participatiewet verrichten. Voorheen mochten gemeenten de loonkosten subsidie alleen inzetten indien de werkgever voornemens was iemand in dienst te nemen. Hierdoor zou het niet mogelijk zijn loonkostensubsidie in te zetten voor iemand die al aan het werk is.

Let op:

  • Het is mogelijk loonkostensubsidie te combineren met de premiekorting arbeidsgehandicapten (mobiliteitsbonus) voor werknemers die zijn opgenomen in het doelgroepenregister banenafspraak. Het is niet mogelijk een loonkostensubsidie te combineren met andere premiekortingen.
  • • De frequentie van de loonwaardemeting/loonwaardebepaling kan vanaf 1 februari 2017 meer flexibel en persoonsgericht worden geregeld, zodat de situatie van de individuele werknemen en het ontwikkelingsperspectief mee kan wegen bij het bepalen van de termijn.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Meesterbeurs
De Meesterbeurs biedt werkgevers de mogelijkheid een werkzoekende 50-plusser zes maanden lang voor minimaal 20 en maximaal 32 uur per week een werkervaringsplek aan te bieden. In deze zes maanden ontwikkelt de 50-plusser onder begeleiding nieuwe vaardigheden en kan hij/zij werken aan competenties. Het biedt werkgevers de kans om tegen lage kosten kennis te maken met deelnemers die veel ervaring en kennis bezitten op hun vakgebied.

Op de website van de meesterbeurs kunt u zien of uw gemeente ook de meesterbeurs biedt.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Nazorg
Indien een werkgever een klant van de gemeente een betaald dienstverband aanbiedt, kan voor deze nieuwe werknemer veelal nazorg ingezet worden. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat cliënten na uitstroom niet na een korte periode terugvallen in de uitkering. Bij nazorg gaat het om activiteiten die er op gericht zijn het betaald dienstverband te continueren ten einde hier een duurzaam karakter aan te geven. Nazorg kan geboden worden ná start dienstverband.

De gemeente stelt zelf nadere regels vast over bijv. de noodzaak en duur.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - No-risk polis
Werkgevers kunnen gebruik maken van de gemeentelijke no-riskpolis indien zij een werknemer met een ziekte of handicap in dienst nemen. Een no-riskpolis biedt dekking tegen het risico van loondoorbetaling bij ziekte.
De wettelijke doelgroep no-risk polis voor gemeenten bevat specifiek:
  1. Personen uit de doelgroep banenafspraak met een Participatiewet-uitkering.
  2. Personen met de voorziening beschut werk op grond van de Participatiewet.

Als de medewerker ziek wordt kunnen werkgevers een Ziektewetuitkering ontvangen. Door de no-riskpolis lopen werkgevers dus weinig risico als zij een werknemer met een ziekte of handicap in dienst nemen. Deze regeling wordt door UWV uitgevoerd en door het Rijk gefinancierd.

De no-riskpolis is structureel beschikbaar. Dit betekent dat de werkgever structureel aanspraak kan maken op de ziektewetuitkering als de werknemer ziek wordt, vanaf het moment dat de no-riskpolis geldt. De datum waarop de no-riskpolis gaat gelden, is meestal de datum waarop het dienstverband ingaat. De werkgever of werknemer hoeft de no-riskpolis niet aan te vragen.

Voor werknemers die in aanmerking komen voor de no-riskpolis betaalt UWV voor maximaal 2 jaar de ziektewetuitkering. In het eerste jaar ligt de uitkering tussen de 70% en 100% van het dagloon. In het tweede jaar is de uitkering 70% van het dagloon. De precieze hoogte hangt af van het soort dienstverband of cao van de werknemer.

Werkproces:
  • De ziekmelding door de werkgever loopt via het standaard UWV-proces, waarbij de werkgever een bewijsstuk (beschikking loonkostensubsidie) aanlevert dat de werknemer tot de gemeentelijke doelgroep behoort.
  • UWV keert de ziektewetuitkering uit aan de werkgever op basis van de gegevens uit de polisadministratie.
  • De werkgever meldt ook aan de gemeente dat de werknemer ziek (en weer beter) is. De gemeente zet op basis van dat bericht de loonkostensubsidie aan de werkgever stil (of verrekent op een later moment), zodat er geen sprake is van ‘dubbele financiering’ van de werkgever.

Met ingang van 1 januari 2016 is wettelijk geregeld dat UWV ook de no-risk polis uitvoert voor de gehele doelgroep banenafspraak en mensen met een dienstbetrekking beschut werk (op grond van artikel 10b van de Participatiewet). Deze wettelijke wijziging voorziet daartoe in een uniforme no-riskpolis via het UWV voor UWV, gemeenten en werkgevers voor deze doelgroep. Klik hier voor de no-riskpolis vanuit het UWV.

Met ingang van 17 november 2016 is wettelijk geregeld dat de no-riskpolis structureel beschikbaar is voor de gemeentelijke doelgroep van de banenafspraak en de mensen met een voorziening beschut werk.

Gemeenten kunnen naast bovengenoemde regeling ook een eigen regeling voor de no-riskpolis treffen voor mensen die niet tot bovengenoemde doelgroepen behoren. Wie dan precies tot de doelgroep behoren is afhankelijk van de gemeente. Als gemeenten een eigen regeling treffen voor mensen die niet tot de doelgroep van de banenafspraak of beschut werk behoren dan kunnen zij de kosten betalen uit het budget sociaal domein.

Let op:
de gemeentelijke no-riskpolis kan gecombineerd worden met loonkostensubsidie. De loonkostensubsidie zal echter niet doorbetaald worden bij ziekte.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Overige vergoedingen
Als er vergoedingen nodig zijn om een dienstverband aan te gaan die niet door de werkgever worden vergoed, kan het zijn dat de gemeente deze wil vergoeden. Denk aan vergoedingen voor bijv. kinderopvang, reiskosten.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Proefplaatsing
Wanneer een werkgever een uitkeringsgerechtigde van de gemeente een baan aanbiedt, is het mogelijk eerst te starten met een proefplaatsing. Bij een proefplaatsing komt een klant van de gemeente een korte periode kosteloos bij een werkgever werken met behoud van uitkering. De werkgever hoeft dus geen salaris te betalen. Het is nadrukkelijk de intentie dat de persoon na de periode van de proefplaatsing aansluitend een arbeidsovereenkomst krijgt bij de werkgever. Zowel werkgever als werknemer kunnen gedurende deze periode bekijken of het een succesvolle match kan worden. De werkgever loopt hierbij geen risico’s.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Scholing
Indien een werkgever een uitkeringsgerechtigde van de gemeente een dienstverband aanbiedt is het mogelijk dat de gemeente de hiervoor benodigde (kortdurende) scholing bekostigd.

De gemeente stelt zelf regels vast over de noodzaak van scholing, de duur en de maximale kosten van scholing. Daarbij kijkt de gemeente naar de individuele omstandigheden en mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde (maatwerk).

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Startersbeurs
De Startersbeurs biedt werkgevers de mogelijkheid om ambitieuze jongeren te betrekken bij een organisatie tegen minimale kosten. Gekwalificeerde jongeren die net van school komen en met een frisse blik naar het vak kijken.

Met de Startersbeurs biedt de werkgever een jonge starter op de arbeidsmarkt gedurende 6 maanden, 32 uur per week, een leerwerkplaats in het bedrijf. In die periode doet de starter onder begeleiding werkervaring op en verbetert zijn/haar vaardigheden en competenties. Leren staat daarbij voorop; de werkzaamheden zijn additioneel van aard.

De Startersbeursregeling verschilt per gemeente. Zo kan het voorkomen dat de voorwaarden voor de starter verschillend zijn of dat er wel of niet een subsidie wordt verstrekt vanuit de gemeente. De Startersbeursregeling van de gemeente waar de starter woonachtig is, is van toepassing voor de starter én het leerbedrijf. Dus niet de gemeente waar het leerbedrijf gevestigd is.

De Startersbeurs wordt landelijk aangeboden door gemeenten. De voorwaarden kunnen echter per gemeente verschillen. Kijk voor de voorwaarden van deelnemende gemeenten op www.startersbeurs.nu

Let op;
Naast de gemeentelijke Startersbeurs bestaat nu ook de Startersbeurs Nederland. Met de Startersbeurs Nederland kunnen afgestudeerde jongeren die niet in een van de deelnemende gemeenten wonen toch met een startersbeurs werkervaring opdoen. De vergoeding wordt bij de Startersbeurs Nederland echter altijd door de werkgever betaald. De gemeente subsidieert de landelijke Startersbeurs dus niet. De voorwaarden voor de Startersbeurs Nederland zijn landelijk vastgesteld en verschillen niet per gemeente.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Vervoersvoorziening
Als een werkzoekende met arbeidsbeperking door zijn/haar beperking niet zelfstandig kan reizen en/of niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer, is het mogelijk in het geval de werkzoekende een baan vindt, om bij de gemeente op basis van de Participatiewet een vervoersvoorziening aan te vragen.

Let op: In sommige gevallen is het mogelijk (een vergoeding voor) deze voorziening te ontvangen van UWV. Dit is het geval indien een werknemer met een arbeidsbeperking:
1. zélf een baan heeft gevonden bij een werkgever zonder ondersteuning van de gemeente; én
2. de werknemer het Wettelijk Minimumloon (WML) kan verdienen.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente - Werkplekaanpassing
Als een aanpassing van de werkplek noodzakelijk is voor de werkzoekende/werknemer met een arbeidsbeperking om zijn/haar werk uit te voeren, kan hiervoor een aanvraag worden ingediend bij de gemeente. Voorbeelden van een werkplekaanpassing zijn een rolstoeltoegankelijke werkruimte of een traplift.

Let op: In sommige gevallen is het mogelijk (een vergoeding voor) deze voorziening te ontvangen van UWV. Dit is het geval indien een werknemer met een arbeidsbeperking:
1. zélf een baan heeft gevonden bij een werkgever zonder ondersteuning van de gemeente; én
2. de werknemer het Wettelijk Minimumloon (WML) kan verdienen.
Ook wanneer er sprake is van een Wajong-uitkering kan een vergoeding door het UWV worden verstrekt.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeente Werkendam en Woudrichem - Werkgeverspremie
Wanneer een werkgever een medewerker regulier in dienst neemt na een gesubsidieerde arbeidsovereenkomst (met loonkostensubsidie), kan hij een premie ontvangen. Deze premie bedraagt € 1.000,- voor voormalige Anw'ers en jongeren die voorafgaand gesubsidieerd bij de werkgever werkten. De premie bedraagt € 2.000,- voor uitkeringsgerechtigden, ouderen en arbeidsgehandicapten die voorafgaand gesubsidieerd bij de werkgever werkten.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Gemeentelijke Overheid - Impulsregeling
Met de Impulsregeling geven wordt een duwtje in de rug gegeven, zodat de gemeente gemakkelijker een stevig begin kunt maken met onderwerpen als loopbaanontwikkeling en mobiliteit, strategische personeelsplanning en medezeggenschap. De regeling is bedoeld om een impuls te geven aan verandering binnen de gemeente. Met deze Impulsregeling kunnen groepsgewijze trainingen en adviestrajecten van 6 maanden of korter worden gestimuleerd.

Per aanvraag is het minimumsubsidiebedrag € 1.000,- en het maximum € 15.000,-. Tot €3.000,- worden de volledige kosten vergoed. Van €3.000,- tot €15.000,- wordt 50% van de kosten vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Gemeentelijke overheid

Gemeentelijke Overheid - Innovatieve projecten regeling
Innovatie is belangrijk voor de publieke sector. Met de Innovatieve Projecten regeling wordt hier een bijdrage aan geleverd. Individuele gemeenten worden ondersteund op het gebied van nieuwe manieren van werken, het handig inzetten van talenten en expertise, of het samenwerken met inwoners. De opgedane kennis en ervaring wordt gedeeld in de sector.

De subsidie bedraagt tussen de €3.500,- en €50.000,-.

Deze subsidie is alleen voor branche: Gemeentelijke overheid

Gemeentelijke Overheid - Jongerenregeling
Met deze regeling worden gemeenten gestimuleerd en ondersteund bij het aanbieden van traineeships, werkervaringsplekken en leerbanen. Deze middelen bieden een uitstekende kans om de maatschappelijke betrokkenheid te tonen en het contact met de arbeidsmarkt te behouden.
Het contract tussen de jongere en de gemeente moet een minimale omvang hebben van 32 uur in de week. De jongere mag niet ouder zijn dan 27 jaar.

De subsidie bedraagt tussen de €1.000,- en €7.500,- per jongere.

Deze subsidie is alleen voor branche: Gemeentelijke overheid

Grafimedia - Scholingsnoodzaak
Als blijkt dat scholing noodzakelijk is om nieuw werk te vinden of als gedurende het begeleidingstraject van-werk-naar-werk blijkt dat scholing noodzakelijk is voor de overstap naar nieuw werk, dan kan voor een deel van de scholingskosten subsidie worden verstrekt. Voorwaarde is dat er een scholingsadvies is uitgebracht. Hierbij vindt een onafhankelijke toetsing plaats van de kwaliteit van de scholing, het scholingsinstituut en de arbeidsmarktrelevantie. Dit scholingsadvies (met een maximum van € 200,- per medewerker) wordt volledig vergoed door het A&O Fonds Grafimediabranche.

Voor bedrijven die bijdragen aan het garantiefonds bedraagt de subsidie 40% van de gemaakte kosten. Voor bedrijven die niet bijdragen aan het garantiefonds bedraagt de subsidie 30% van de gemaakte kosten.

Klik hier voor de subsidieregeling Van-werk-naar-werk begeleiding.

Deze subsidie is alleen voor branche: Grafimediabranche

Grafimedia - Stimuleringsregeling BBL Printmedia
Voor het stimuleren van de instroom van leerlingen in printmediaberoepen is een Stimuleringsregeling BBL van kracht, waarbij een leerbedrijf in aanmerking komt voor een stimuleringspremie van € 1.750,-.
De stimuleringsregeling BBL is van toepassing op onderstaande BBL opleidingen:
  • Basismedewerker printmedia (mbo niveau 2, crebonummer 25207)
  • Drukker (mbo niveau 3, crebonummer 25208)
  • Nabewerker (mbo niveau 3, crebonummer 25209)


Deze subsidie is alleen voor branche: Grafimediabranche

Grafimedia - Subsidie mobiliteitsprojecten
Ten behoeve van mobiliteitsprojecten of van-werk-naar-werk trajecten , is een subsidie beschikbaar van 25% van het factuurbedrag, exclusief BTW. Voorwaarde voor het verkrijgen van deze subsidie is dat bedrijven gebruik maken van de dienstverlening van mobiliteitscentrum C3 werkt!

Deze subsidie is alleen voor branche: Grafimediabranche

Grafimedia - Subsidie printmedia opleidingen
Voor een groot deel van de printmedia opleidingen geldt een subsidie die kan oplopen tot 30% exclusief BTW. Deze korting wordt betaald uit het A&O Fonds Grafimediabranche. Ook voor opleidingen van machineleveranciers kan een subsidie worden verstrekt. De hoogte van deze subsidie kan oplopen tot 10% exclusief BTW.

Opleidingen waarop de subsidie van toepassing is betreft de volgende onderwerpen:
  • Sales en productiemanagement;
  • Vormgeven en webdesign;
  • Druktechnieken en procesoperator;
  • Nabewerkingstechnieken en procesoperator.

Ook voor technische opleidingen en opleiding tot leidinggevende kan een subsidie worden verstrekt.

Deze subsidie is alleen voor branche: Grafimediabranche

Grafimedia - Tijdelijke subsidieregeling van-werk-naar werk trajecten/mobiliteitsprojecten
Het A&O fonds Grafimediabranche heeft een eigen tijdelijke regeling op werk-naar-werk trajecten en mobiliteitsprojecten als gevolg van reorganisatie. De regeling heeft als doel om werknemers die hun baan verliezen, te helpen bij het snel vinden van ander werk. Deze tijdelijke regeling geldt voor de duur van 2017, maar is gebudgetteerd.

Het A&O Fonds Grafimediabranche beoordeelt uw aanvraag. Bij een positieve beoordeling ontvangt u een bevestiging en wordt de subsidie binnen vier weken uitbetaald. Bij een negatieve beoordeling ontvangt u een gemotiveerde afwijzing. De hoogte van de subsidie is 25% (exclusief btw).

Deze subsidie is alleen voor branche: Grafimediabranche

Grafimedia - Van Werk-naar-werk begeleiding
Werkgevers binnen de Grafimediabranche kunnen subsidie vanuit het Sectorplan 2016-2017 aanvragen voor de kosten van-werk-naar-werk begeleiding. Voor bedrijven die bijdragen aan het garantiefonds bedraagt de subsidie 40% van de gemaakte kosten. Voor bedrijven die niet bijdragen aan het garantiefonds bedraagt de subsidie 30% van de gemaakte kosten.

Deze regeling kan worden gecombineerd met de subsidie die wordt verstrekt vanuit het A&O Fonds Grafimedia.

Klik hier voor de regeling Subsidie mobiliteitsprojecten.

Als gedurende het begeleidingstraject blijkt dat scholing noodzakelijk is voor de overstap naar nieuw werk, dan kan voor een deel van de scholingskosten subsidie worden verstrekt.
Klik hier voor de regeling Scholingsnoodzaak.

Deze subsidie is alleen voor branche: Grafimediabranche

Groothandel - Subsidie Health Check
De Health check is een onderdeel van het sectorplan van het GF Groothandelsfonds en heeft als doel de duurzame inzetbaarheid van vakmensen in de groente en fruitgroothandel te verbeteren. Daarom kunnen werkgevers in deze sector de kosten voor het uitvoeren van een Health Check declareren bij het GF Groothandelsfonds.

Met behulp van de Health Check krijgen medewerkers zicht in hun gezondheid en worden ze zich bewust van de relatie tussen gezondheid en employability. Werknemers worden gemotiveerd een gezondere levensstijl aan te nemen. Dit draagt bij aan verhoging van de duurzame inzetbaarheid.

Deze subsidie is alleen voor branche: Groothandel

Groothandel – Opleidingssubsidie GF Groothandelsfonds
Bedrijven in de GF sector zijn steeds meer actief met het opleiden van medewerkers. Het GF Groothandelsfonds wil de werkgevers meer eigen inbreng geven in de keuze van de opleiding en opleiders. Subsidie kan aangevraagd worden voor bedrijfsrelevante opleidingen die betrekking hebben tot kwaliteit, voedselveiligheid, logistiek en commercie (inclusief taaltrainingen).
  • Voor cursussen, trainingen en opleidingen uit het huidig aanbod zoals op de website van het GF Groothandelsfonds is aangegeven geldt een subsidie van 50%
  • Voor cursussen, trainingen en opleidingen op het gebied van kwaliteit, voedselveiligheid, logistiek en commercie (incl. taaltrainingen), vergelijkbaar met het huidige aanbod gevolgd bij een andere opleider geldt een subsidie van 40%*
  • Voor overige cursussen, trainingen en opleidingen waarvan kan worden aangetoond dat deze bedrijfsrelevant zijn geldt een subsidie van 30%*

*Voor de laatste twee opties zal vooraf een kwaliteitscheck worden uitgevoerd door de Stichting AGF Centrum voor Kennis en Ontwikkeling. Het formulier voor deze kwaliteitscheck staat op de website.

Deze subsidie is alleen voor branche: Groothandel

ICT - Trajecten van een WW-uitkering naar een ander of hetzelfde beroep bij een andere werkgever
Trajecten van een WW-uitkering naar hetzelfde of een ander beroep bij een andere werkgever worden ingezet om de kansen op een baan van personen met een WW-uitkering te bevorderen.

Kandidaten kunnen middels dit traject begeleiding en ondersteuning ontvangen om zo makkelijker geplaatst te worden op een baan bij een nieuwe werkgever in de sector ICT of op een ICT-functie binnen een krimpsector.
De activiteiten die hiervoor geboden kunnen worden zijn o.a. het opstellen van een loopbaanadvies, coaching, mobiliteitstrajecten, het in kaart brengen van de competenties van de werknemer (EVC of EVP), omscholing of bijscholing.

Indien begeleiding en bemiddeling nodig zijn bij deze overstap, dan wordt via het Centrum Arbeidsmarktvraagstukken-ICT (CA-ICT) tot 50% van de kosten per traject vergoed. De uitvoerder van het traject dient voor de overige 50% aantoonbaar aanvullende financiering te verkrijgen. De overige financiering kan worden verstrekt door zowel de vorige werkgever, de nieuwe werkgever of het UWV. Hier kunnen door de betrokken partijen afspraken over gemaakt worden.

Let op: Bij deze regeling is het toepassen van Brug-WW mogelijk.


Deze subsidie is alleen voor branche: Informatie- en Communicatie Technologie (ICT)

ICT - Trajecten van overig naar hetzelfde of een ander beroep
Trajecten van overig naar hetzelfde of een ander beroep worden ingezet om de overgang van werkzoekende werklozen naar een nieuwe baan op het gebied van ICT te bevorderen. Kandidaten kunnen dus deelnemen als zij willen werken in de ICT-sector of op een ICT-functie binnen een krimpsector.

Deze maatregel is specifiek gericht op personen zonder een WW-uitkering of een baan. Kandidaten die voor dit traject in aanmerking komen en in de doelgroep ‘overig’ vallen zijn personen die op grond van de Participatiewet een uitkering ontvangen, personen die geen recht hebben op een uitkering, zelfstandigen zonder personeel of herintreders.

Kandidaten kunnen middels dit traject begeleiding en ondersteuning ontvangen om zo makkelijker geplaatst te worden op een baan bij een nieuwe werkgever. De activiteiten die hiervoor geboden kunnen worden zijn o.a. het opstellen van een loopbaanadvies, coaching, mobiliteitstrajecten, het in kaart brengen van de competenties van de werknemer (EVC of EVP) of omscholing.
Indien begeleiding en bemiddeling nodig zijn bij deze overstap, dan wordt via het Centrum Arbeidsmarktvraagstukken-ICT (CA-ICT) tot 50% van de kosten per traject vergoed. De uitvoerder van het traject dient voor de overige 50% aantoonbaar aanvullende financiering te verkrijgen. De overige financiering kan worden verstrekt door zowel de vorige werkgever, de nieuwe werkgever, het UWV of een gemeente. Hier kunnen door de betrokken partijen afspraken over gemaakt worden.

Deze subsidie is alleen voor branche: Informatie- en Communicatie Technologie (ICT)

ICT - Trajecten van werk naar een ander beroep bij een andere werkgever
Trajecten van werk naar een ander beroep bij een andere werkgever worden ingezet om de overgang van met ontslag bedreigde werknemers of werknemers uit een krimpsector naar een andere baan te bevorderen. Hierbij gaat het er specifiek om dat kandidaten ondersteuning kunnen krijgen indien zij zich willen richten op beroepen in kansrijke sectoren zoals de sector ICT.
De activiteiten die hiervoor geboden kunnen worden zijn o.a. het opstellen van een loopbaanadvies, coaching, mobiliteitstrajecten, het in kaart brengen van de competenties van de werknemer (EVC of EVP) of omscholing.

Indien begeleiding en bemiddeling nodig zijn bij deze overstap, dan wordt via het Centrum Arbeidsmarktvraagstukken-ICT (CA-ICT) tot 50% van de kosten per traject vergoed. De uitvoerder van het traject dient voor de overige 50% aantoonbaar aanvullende financiering te verkrijgen. De overige financiering kan worden verstrekt door zowel de vorige werkgever, de nieuwe werkgever, het UWV of een gemeente. Hier kunnen door de betrokken partijen afspraken over gemaakt worden.

Deze subsidie is alleen voor branche: Informatie- en Communicatie Technologie (ICT)

ICT - Trajecten van werk naar een hetzelfde beroep bij een andere werkgever
Trajecten van werk naar hetzelfde beroep bij een andere werkgever worden ingezet om de overgang van met ontslag bedreigde werknemers naar een nieuwe baan te bevorderen.
Werknemers kunnen middels dit traject begeleiding en ondersteuning ontvangen om zo makkelijker geplaatst te worden op een baan bij een nieuwe werkgever. De activiteiten die hiervoor geboden kunnen worden zijn o.a. het opstellen van een loopbaanadvies, coaching, mobiliteitstrajecten, het in kaart brengen van de competenties van de werknemer (EVC of EVP) of omscholing.

Het gaat er hierbij specifiek om dat de kandidaten gaan werken in de ICT-sector of op een ICT-functie binnen een krimpsector.

Indien begeleiding en bemiddeling nodig zijn bij deze overstap, dan wordt via het Centrum Arbeidsmarktvraagstukken-ICT (CA-ICT) tot 50% van de kosten per traject vergoed. De uitvoerder van het traject dient voor de overige 50% aantoonbaar aanvullende financiering te verkrijgen. De overige financiering kan worden verstrekt door zowel de vorige als de nieuwe werkgever. Hier kunnen door de betrokken partijen afspraken over gemaakt worden.

Deze subsidie is alleen voor branche: Informatie- en Communicatie Technologie (ICT)

Installatietechniek - BPV voor MIT en duaal HBO
Werkgevers in de technische installatiebranche die een werknemer die een MIT (Middelbaar Installatietechnicus) of duaal HBO-bachelor opleiding in de installatietechniek volgt een beroepspraktijkvormingsplaats aanbieden, kunnen een vergoeding ontvangen.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen instroom en opscholing. Voor werknemers die korter dan 24 maanden werkzaam zijn bij een bij OTIB aangesloten werkgever geldt het instroomreglement. De werkgever kan een tegemoetkoming van maximaal €1.200,- ontvangen. De werknemer ontvangt een tegemoetkoming van maximaal €300,- per jaar. Voor werknemers die langer dan 24 maanden werkzaam zijn bij een bij OTIB aangesloten werkgever geldt het opscholingsreglement. De werkgever kan een tegemoetkoming van maximaal €400,- bij aanvang van de opleiding ontvangen en €800,- op basis van een diploma. De werknemer ontvangt een tegemoetkoming van €300,- (op basis van een diploma).

Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Installatietechniek - Begeleiding (leerling-) werknemer door 55+ (sectorplan)
Deze regeling heeft als doel het vergroten van het aantal werknemers van 55 jaar en ouder, die in het kader van de beroepspraktijkvorming een (leerling-)werknemer begeleiden die een beroepsopleiding volgt. Deze regeling is opgenomen in het sectorplan “werkgelegenheid en vakmanschap in de Technische Installatiesector” als maatregel 4.

De werkgever kan een loonkostensubsidie ontvangen voor de (leerling-)werknemers die een BBL-opleiding volgen en die tijdens de opleiding worden begeleid door 1 of meerdere leerlingbegeleiders van 55 jaar of ouder. De loonkostensubsidie bedraagt maximaal €3.376,- voor een periode van maximaal 14 maanden (gebaseerd op een fulltime dienstverband van tenminste 38 uur. Indien het dienstverband lager of de periode gedurende de looptijd van deze regeling korter is, dan wordt de vergoeding naar rato aangepast.

Let op:
Deze regeling kan niet worden gecombineerd met de andere regelingen uit het sectorplan.

Klik hier voor de instroomregeling BPV (sectorplan).

Klik hier voor de opscholingsregeling BPV (sectorplan).


Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Installatietechniek - EVC regeling
Het Ervaringscertificaat (EVC) vertaalt de ervaring, kennis en kunde van de werknemer naar landelijk erkende kwalificaties en diploma’s. Door kennis en ervaring van werknemers in kaart te brengen, zijn werknemers flexibeler inzetbaar binnen het bedrijf.
Er zijn twee soort EVC-trajecten beschikbaar. Binnen het EVC500-traject kunnen 500 werknemers een door OTIB begeleid EVC-traject volgen. Hiervoor kunnen werkgevers tot en met 2017 een tegemoetkoming van €1.250,- ontvangen. Voor bedrijven met minder dan 50 werknemers geldt dat zij voor maximaal 25 werknemers het EVC500-budget kunnen aanvragen. Voor bedrijven met meer dan 50 werknemers geldt dat zij voor maximaal 50 werknemers het EVC500-budget mogen aanvragen.

Maakt een werkgever gebruik van de EVC-regeling zonder begeleiding van OTIB, dan kan de werkgever maximaal €500,- ontvangen per EVC-traject. Als de kosten voor het EVC-traject lager zijn, is de tegemoetkoming ook lager. Tevens geldt dat de werkgever voor de reguliere EVC-regeling per kalenderjaar voor maximaal 20% van de werknemers een EVC-traject kan declareren.

Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Installatietechniek - OntwikkelingsStimuleringsRegeling (OSR)
Werkgevers in de technische installatiebranche kunnen middels de OSR een tegemoetkoming ontvangen voor scholingskosten. Deze vergoeding wordt verstrekt door OTIB (Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Technisch Installatiebedrijf). De tegemoetkoming ligt tussen de €50,- en €150,- per werknemer, afhankelijk van de soort opleiding of cursus.

De OSR kan zowel individueel als collectief worden ingezet. Wanneer de OSR collectief wordt ingezet, wordt de tegemoetkoming berekend op het totaal aantal werknemers van het bedrijf. De tegemoetkoming voor werknemers die geen cursus volgen, kan worden ingezet voor werknemers die wel een cursus volgen. Voorwaarden voor de collectieve regeling is dat een BedrijfsOpleidingsPlan (BOP) wordt opgesteld en dat alle werknemers een afstandverklaring voor individuele tegemoetkoming ondertekenen.

Hiernaast kan een werkgever in 2017 eenmalig €800,- extra OSR-tegoed voor collectief gebruik ontvangen, ongeacht het aantal werknemers.

OSR Specifiek is een uitzonderingsregel. Voor cursussen die onder “duurzaam” en “specifiek” vallen, kan een extra tegemoetkoming worden ontvangen. De totale lijst van deze cursussen in terug te vinden op de website van OTIB.

Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Installatietechniek - Spiegelbeeld (vrouwen in de installatietechniek)
Werkgevers die een vrouwelijke werknemer deel laten nemen aan het project Spiegelbeeld kunnen een vergoeding ontvangen van OTIB. Dit houdt in dat de vrouwelijke werknemer van het bedrijf wordt ingezet als rolmodel voor meisjes in het voortgezet onderwijs. Wanneer de werknemer door activiteiten voor dit project overdag niet inzetbaar is, geldt een vergoeding van € 50,- per uur (incl. btw) tot een maximum van € 400,- per dag. De vergoeding wordt verstrekt voor maximaal 8 uur per dag (incl. reistijd) tot een maximum van twee aaneengesloten dagen.

Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Installatietechniek – Instroomregeling BeroepsPraktijkVorming (BPV)
Werkgevers in de technische installatiebranche die een werknemer die korter dan 24 maanden in dienst is, een beroepspraktijkvormingsplaats (BPV) aanbieden, kunnen voor de 1- en 2-jarige opleiding een eenmalige vergoeding ontvangen van maximaal € 1.200,-.

Let op:
Voor werknemers die langer dan 24 maanden in dienst zijn kan gebruik worden gemaakt van de Opscholingsregeling BPV. Klik hier voor de regeling.


Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Installatietechniek – Workshop 50 + (inclusief opleidingssubsidie)
De workshop 50+ maakt de werknemers bewust van kwaliteiten, talenten en persoonlijke mogelijkheden in de technische installatiebranche. Op basis van eigen inbreng en het van werk- en welzijnservaring gaan de werknemers onder leiding van een ervaren workshopcoach aan de slag. Er wordt aandacht besteed aan de volgende onderdelen in relatie tot oudere werknemers: Vergrijzing en ontgroening; Feiten en vooroordelen; Generatie; Vitaliteit en groei; Spanning en stress; Een eigen plan maken.

Na deelname aan de workshop ontvangt de werknemer een waardebon voor een opleidingssubsidie ter waarden van €500,- voor scholing en ontwikkeling.

Deze subsidie is alleen voor branche: Installatietechniek

Kartonnage- en flexibele verpakkingen - Leerwerkplek voor jongeren (BBL)
Werkgevers die een BBL-er in dienst nemen voor maximaal 104 weken kunnen een bijdrage in de loonkosten ontvangen. Deze bijdrage bedraagt 20% van de loonkosten op basis van het wettelijk minimum loon, inclusief 32% opslag, conform de Regeling Cofinanciering sectorplannen. Daarnaast draagt het FCB nog een keer 20% van deze loonkosten op basis van het minimumloon erbij, zodat de totale bijdrage kan uitkomen op 40% van de loonkosten

Deze subsidie is alleen voor branche: Kartonnage- en flexibele verpakkingen

Kartonnage- en flexibele verpakkingen - Tegemoetkomingsregeling gezondheids- en vitaliteitschecks
Door middel van een gezondheids- en vitaliteitscheck krijgen werknemers inzicht in hun eigen gezondheid, vitaliteit en inzetbaarheid. Daarnaast ontvangen werknemers persoonlijk advies over hoe zij hun gezondheid en vitaliteit kunnen verbeteren. Werkgevers krijgen ook inzicht in werk gerelateerde risico’s, zodat preventieve maatregelen getroffen kunnen worden.
Vanuit de Stichting Fonds Collectieve Belangen Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf (FCB) kan een tegemoetkoming worden verstrekt van maximaal 25% van de €195,- exclusief BTW.

Deze subsidie is alleen voor branche: Kartonnage- en flexibele verpakkingen

Kartonnage- en flexibele verpakkingen – Stimuleringsregeling Scholing & Ontwikkeling
De Stimuleringsregeling Scholing & Ontwikkeling biedt werkgevers de mogelijkheid een tegemoetkoming te ontvangen voor trainingen, cursussen en opleidingstrajecten. Deze tegemoetkoming wordt verstrekt door de Stichting Fonds Collectieve Belangen Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf (FCB).

Voor niet-vakgerichte opleidingen bedraagt de subsidie 25% van de scholingskosten. Klik hier voor een overzicht van deze opleidingen.

Vakopleidingen kunnen in aanmerking komen voor een subsidie van 50% van de scholingskosten.

Deze subsidie is alleen voor branche: Kartonnage- en flexibele verpakkingen

Lokale Omroepsector - E-learning journalistieke basis
De organisatie landelijke omroep Nederland (OLON) heeft een (gratis) e-learning ontwikkeld om (vrijwillige) medewerkers van lokale omroepen een gedegen journalistieke basis te bieden. De organisatie zet zich zo in om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de journalistiek van de publieke omroep.

Deze online cursus bestaat uit zes losse modules met vragen en opdrachten die op een willekeurige plaats en tijd kunnen worden gemaakt. In deze digitale training leren omroepmedewerkers de basis principes van de journalistiek zoals het belang van een goede lokale nieuwsvoorziening, de 5 w's, de nieuwsladder, hoor- en wederhoor, invalshoeken kiezen en een kritische houding. Cursisten die alle modules met goed gevolg doorlopen ontvangen een certificaat.

De individuele opdrachten worden per module nagekeken en er wordt feedback gegeven op de gemaakte opdrachten. De feedback zal worden gegeven door de leidinggevenden. Daarom is het belangrijk dat zij vóóraf al een eendaagse klassikale training hebben gevolgd. Op deze wijze kan de e-learning geheel gratis worden aangeboden voor zowel de leidinggevende als de medewerker die de cursus volgt.

Mocht de feedback op de gemaakte verwerkingstoetsen niet door de leidinggevende gegeven kunnen worden, dan kost de training € 95,- ex BTW per deelnemer.

In 2017 zijn er nog 3 trainingsdagen voor leidinggevenden. De training duurt van 09:30 – 17:00 uur.
Data trainingsdagen 2017:
* Maandag 16 oktober: Hilversum
* Zaterdag 4 november: Hilversum
* Vrijdag 24 november: Hilversum

Deze subsidie is alleen voor branche: Publieke omroep

Metaalbewerking - Jobstart
Jobstart is een traject voor het opleiden en begeleiden van mensen, die hierdoor geschikt worden gemaakt voor een functie binnen een OOM-bedrijf.

Een Jobstart traject kan alleen worden ingezet voor kandidaten die niet direct inzetbaar zijn voor de technische functie die zij moeten gaan vervullen. Dit zijn bijvoorbeeld: werklozen, arbeidsgehandicapten, flexkrachten die doorstromen naar een arbeidscontract en andere kandidaten die, naar inzicht van de regiomanager van OOM, een afstand hebben tot de technische functie.

Het Jobstart traject omvat een opleidingsplan dat in samenwerking met de regiomanager van OOM wordt opgesteld en een vergoeding voor het opleiden en begeleiden van de kandidaat.

De vergoeding die wordt verstrekt is eenmalig €500,- voor interne scholing en begeleiding en een vergoeding van maximaal €1.500,- voor externe scholing. Onder externe scholing valt ook een EVC-traject of een assessment.

Let op: Een Jobstart traject kan worden gecombineerd met regelingen van anderen, zoals UWV of gemeenten.


Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metaalbewerking - Kennisavonden
De praktijkopleider speelt een belangrijke rol in de opleiding van een nieuwe generatie vakmensen. Om leerlingen goed te kunnen coachen en begeleiden, moet de praktijkopleider op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in het beroepsonderwijs.
OOM organiseert kennisavonden voor praktijkopleiders, waarbij aandacht wordt besteed aan onder andere: de veranderingen in het onderwijs, tips voor de begeleiding van leerlingen, de rol van de praktijkopleider en de inzet van begeleidingsinstrumenten.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metaalbewerking - Leerwerkbijdrage OOM - schooljaar 2015/2016 & 2016/2017
Werkgevers in de metaalbewerking die een werknemer met een (leer)arbeidsovereenkomst een beroepsopleiding laten volgen, kunnen hiervoor een bijdrage ontvangen. De Leerwerkbijdrage kan worden aangevraagd voor beroepskwalificerende opleidingen

De subsidie bedraagt maximaal € 2.500,- tot €4.000,- per leerling per jaar, afhankelijk van de opleidingsroute.

Vergoedingen:
  • Mbo regulier (BOL in deeltijd): € 2.500,- per jaar. Maximaal 1 jaar voor niveau 1 en maximaal 2 jaar voor niveau 2 t/m 4.
  • Mbo on-the-job (BBL): € 2.500,- per jaar. Maximaal 1 jaar voor niveau 1; maximaal 2 jaar voor niveau 2 t/m 4 en maximaal 3 jaar voor de 3-jarige opleiding niveau 3.
  • Mbo scholingspool (BBL): € 4.000,- per jaar. Maximaal 1 jaar voor niveau 1; maximaal 2 jaar voor niveau 2 t/m 4 en maximaal 3 jaar voor de 3-jarige opleiding niveau 3.
  • Hbo en WO opleidingen: € 2.500,- per jaar. Maximaal 2 jaar.

Naast bovenstaande reguliere vergoedingen is er een diplomabonus van €1000,-. Deze wordt uitgekeerd als het diploma is ingestuurd. De reguliere bijdrage is niet afhankelijk van het behalen van het diploma.

Deze subsidie is alleen voor branche:

Metaalbewerking - Leerwerkbijdrage OOM - schooljaar 2017/2018
Werkgevers in de metaalbewerking die een werknemer met een (leer)arbeidsovereenkomst een beroepsopleiding laten volgen, kunnen hiervoor een bijdrage ontvangen. Het gaat hier om bij OOM aangesloten bedrijven die een leerling in dienst hebben.
De maximale bijdrage bedraagt € 2.300,- tot € 3.800,- per leerling per jaar, afhankelijk van de opleidingsroute.
Vergoedingen:
  • Mbo regulier (BOL in deeltijd): voor niveau 1 geldt een maximale bijdrage van € 2.300,- voor maximaal 1 jaar. Voor niveau 2 t/m 4 geldt een maximale bijdrage van € 4.600,- voor maximaal 2 jaar.
  • Mbo on-the-job (BBL): 1 jarige opleidingen (niveau 1), maximale bijdrage € 2.300,-. 2 jarige opleidingen (niveau 2,3, of 4), maximale bijdrage € 4.600,-. 3 jarige opleiding (niveau 3), maximale bijdrage € 6.900,-.
  • Mbo scholingspool (BBL): 1 jarige opleiding (niveau 1): maximale basisbijdrage € 2.300,- en scholingspoolbijdrage € 1.500,- per jaar. 2 jarige opleiding (niveau 2,3 of 4): maximale basisbijdrage € 2.300,- en scholingspoolbijdrage € 1.500,- per jaar. 3 jarige opleiding (niveau 3): maximale basisbijdrage € 2.300,- en scholingspoolbijdrage € 1.500,- per jaar.
  • HBO en WO opleidingen: € 2.300,- per jaar. Maximaal twee jaar.
  • Pilotregeling HBO-leervoucher: maximaal € 1.250,- per technische opleidingsmodule, tot een maximum van 4 modules.


Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metaalbewerking - Ontwikkelbudget OOM
Werkgevers in de metaalbewerking kunnen een bijdrage uit het Ontwikkelbudget aanvragen tot maximaal € 1.800,-. Het budget is 2 jaar geldig.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metaalbewerking - Persoonlijke Trainingstoelage (PTT 2017)
Werkgevers kunnen een persoonlijke trainingstoelage aanvragen als tegemoetkoming in de (bij)scholingskosten van werknemers. De bijdrage bedraagt 50% van de scholingskosten per persoon per jaar, tot een maximum van €750,-. Er kan een bijdrage worden aangevraagd voor maximaal 15 medewerkers of 30% van het personeelsbestand.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metaalbewerking - Stagebijdrage VMBO, MBO (BOL) en HO (OOM)
Werkgevers die bij OOM zijn aangesloten en een stageplaats bieden aan een stagiair van vmbo, mbo (BOL) en ho, kunnen bij OOM een bijdrage aanvragen voor de begeleiding van stagiaires in een snuffelstage, een stage of een afstudeerstage.
De maximale bijdrage bedraagt €40,- per leerling per week voor maximaal 20 weken per schooljaar. De bijdrage per stagemaand is gebaseerd op een vijfdaagse stageweek. Bij minder dagen per week is de vergoeding evenredig lager.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metaalbewerking - Vergoeding ervaringscertificaat (EVC) OOM
Werkgevers die hun werknemers een EVC traject aanbieden, kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding van 50% tot maximaal € 750,- per kandidaat.
Het gaat hier om een vergoeding voor de kosten van een portfolio, rapport, beoordelingen en/of diplomering.
OOM (Opleiding Ontwikkeling Metaalbewerking) kan helpen bij het inzetten van een EVC-traject en doorverwijzen naar instellingen die een EVC-procedure uitvoeren.

Let op: EVC-trajecten voor hef-, hijs-, en takeltechniek komen niet in aanmerking voor een vergoeding.


Deze subsidie is alleen voor branche: Metaalbewerking

Metalekro - Vergoeding hbo- leervouchers (hbo-lv)
Werkgevers die hun medewerkers de mogelijkheid bieden te experimenteren met hbo-leervouchers, kunnen voor maximaal 4 modules vergoeding ontvangen. Klik hier voor een overzicht van de onderwijsinstellingen die deelnemen aan het experiment.
De vergoeding bedraagt maximaal €1.250,- per module, met een maximum van 4 modules.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalekro - Vergoeding opleiden van leerlingen (bbl)
Als werkgever ontvangt u een vergoeding voor het in dienst nemen van een leerling werknemer die een bbl-traject volgt. Hierdoor kan de werkgever in de toekomst blijven beschikken over goed opgeleide medewerker(s) voor het bedrijf. Op deze wijze laat de werkgever bbl-leerlingen bovendien kennismaken met de werkvloer en helpt mee jongeren te motiveren voor een technisch beroep.

De vergoeding bedraagt maximaal € 3.000,- per studiejaar.

De maximale duur van de vergoeding is afhankelijk van de soort opleiding.
Voor de mbo assistentopleiding (bbl-niveau I) wordt maximaal 1 jaar vergoed.
Voor de mbo basisberoepsopleiding (bbl-niveau III) wordt maximaal 2 jaar vergoed.
Voor de mbo bbl-niveau II naar III wordt maximaal 1 jaar vergoed.
Voor de mbo vakopleiding (bbl-niveau III) wordt maximaal 3 jaar vergoed.
Voor de mbo bbl-niveau III naar IV wordt maximaal 1 jaar vergoed.
Voor de mbo middenkaderopleiding (bbl-niveau IV) wordt maximaal 4 jaar vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Ontwikkelen hr-verantwoordelijke
De hr-verantwoordelijke binnen een bedrijf staat voor complexe vraagstukken rondom vergrijzing, ontgroening, automatisering en robotisering. A+O Metalektro biedt voor deze medewerkers de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen binnen deze vraagstukken. De vergoeding bedraagt 50% van de kosten voor een training, intervisie en/of individuele coaching, tot een maximum van €2.500,- per hr-verantwoordelijke.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Ontwikkelen praktijkopleider
Werkgevers kunnen (ervaren) werknemers inzetten als praktijkopleider. A+O Metalektro biedt de mogelijkheid om deze werknemers een gerichte training of opleiding aan te bieden. De vergoeding voor een externe praktijkopleiderstraining of –opleiding bedraagt maximaal €1.500,-

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Scan of advies loopbaanontwikkeling
Een scan of advies loopbaanontwikkeling kan inzicht geven in de talenten en loopbaanmogelijkheden van werknemers. A+O Metalektro stelt een vergoeding beschikbaar voor werkgevers die hun werknemers de mogelijkheid bieden om aan de slag te gaan met hun persoonlijke loopbaanontwikkeling.

De vergoeding bedraagt 50% van de externe kosten voor een loopbaanscan, -advies of -coaching, tot een maximum van €500,- per aanvraag. Er kunnen maximaal 2 aanvragen per werknemer worden ingediend.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Stagevergoeding
Werkgevers in de Metalektro die stages of praktijkplaatsen aanbieden aan leerlingen op bol- of hbo/wo-niveau, kunnen een vergoeding ontvangen van maximaal €70,- per vier weken, bij een voltijdstage van 40 uur per week. De duur van de stage is minimaal twee aaneengesloten maanden en maximaal twaalf aaneengesloten maanden. De vergoeding kan dus oplopen tot maximaal € 840,-. Indien de stagiair(e) minder uren stage loopt, wordt de vergoeding naar rato toegekend.

Er geldt een maximaal aantal te vergoeden stages per werkgever, per kalenderjaar. Voor een bedrijf minder dan 250 medewerkers worden maximaal 10 stages vergoedt, voor 250 tot 500 medewerkers zijn dit maximaal 15 stages. Voor een werkgever met 500 tot 1000 medewerkers zijn dit maximaal 20 stages en voor een werkgever met meer dan 1000 werknemers worden maximaal 30 stages vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Training functionerings- en beoordelingsgesprekken
Werkgevers kunnen met deze vergoeding leidinggevenden ondersteunen bij het kwalitatief inzetten van de gesprekscyclus en kan bij werknemers bewustwording creëren over hun eigen loopbaanontwikkeling. Daarnaast kunnen werknemers begeleid worden bij de stappen die zijn kunnen zetten in hun loopbaanontwikkeling.
De vergoeding bedraagt 50% van de opleidingskosten tot een maximum van €500,- per aanvraag. Er is ruimte voor het opleiden van circa 600 personen. U kiest zelf een uitvoerder.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Training persoonlijke vaardigheden
Werknemers zijn duurzamer inzetbaar als zij naast vaktechnische kennis ook beschikken over de juiste persoonlijke vaardigheden. A+O stelt een vergoeding beschikbaar voor werkgevers die hun werknemers de mogelijkheid bieden een persoonlijke vaardigheidstraining te volgen. Het gaat hierbij om trainingen zoals bijvoorbeeld communicatie, samenwerken, leren plannen en organiseren, omgaan met stress etc.

De vergoeding bedraagt 50% van de externe kosten voor een training persoonlijke competenties en vaardigheden, tot een maximum van €300,- per aanvraag.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Vergoeding Beroepsopleidingen (BOE) werkenden
Werkgevers in de metalektro die werknemers een deeltijd beroepsopleiding aanbieden op MBO of op HBO/WO niveau, kunnen hiervoor een bijdrage ontvangen van € 2.500,- per studiejaar, met een maximum van twee aaneengesloten studiejaren per opleiding.
Voor de assistent opleiding (MBO niveau 1), geldt de vergoeding voor één jaar.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Vergoeding leerplekken HBO duaal
Werkgevers die leerwerkplekken aanbieden aan leerlingen die een HBO duale opleiding volgen kunnen een vergoeding ontvangen van stichting A+O Metalektro. Deze maatregel uit het sectorplan Metalektro heeft tot doel het stimuleren van het beschikbaar stellen van extra leerwerkplekken voor leerling werknemers in het HBO. Door de cofinanciering vanuit het sectorplan kunnen werkgevers die leerwerkplekken aanbieden in aanmerking komen voor een vergoeding van maximaal € 3.000,- per studiejaar.
De maximale duur van de vergoeding door stichting A+O voor de opleding verschilt per type opleiding. Dit betreft voor het opleidingstype Associate degree (ad) en voor het opleidingstype ad naar hbo-duaal maximaal 2 jaar. Voor het opleidingstype hbo-duaal wordt maximaal 4 jaar vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Metalektro - Vergroten zij- en BBL-instroom (ZBI)
Bedrijven die via een flexorganisatie een bbl-leerling plaatsen op MBO niveau II, III en IV, kunnen bij stichting A+O Metalektro een vergoeding voor de begeleiding op de leerwerkplek aanvragen.
Voor de periode 1 februari 2015 tot 1 juli 2016 bedraagt de vergoeding maximaal € 3.350,00 (inclusief de additionele vergoeding) per leerling-flexkracht per studiejaar. Als de opleiding start in de periode van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2017 bedraagt de vergoeding maximaal 2/3 van de geldende hoogte voor de bbl-vergoeding. De vergoeding voor reguliere bbl-plekken is €3.000,-. De vergoeding vanuit deze regeling is dus maximaal €2.000,- per leerling-flexkracht per studiejaar.

De maximale duur van de vergoeding is afhankelijk van de opleiding die wordt gevolgd. Voor mbo basisberoepsopleiding (bbl-niveau II) en mbo middenkaderopleiding (bbl-niveau IV) is de vergoeding maximaal 2 jaar. Voor de mbo vakopleiding (bbl-niveau III) is de vergoeding maximaal 3 jaar.

Deze subsidie is alleen voor branche: Metalektro

Meubelindustrie - Bonus BBL 3
Werkgevers die zijn aangesloten bij het sociaal Fonds Meubelindustrie en premie afdragen voor medewerkers die een diploma hebben gehaald in de Beroeps Begeleidende Leerweg op niveau 3, kunnen deze medewerkers een prestatiebonus laten aanvragen. De medewerkers kunnen de prestatiebonus van €500,- zelf aanvragen bij het Expertisecentrum Meubel (ECM).

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Diplomavergoeding BBL 4 en Hbo-opleidingen
Werkgevers die werknemers een BBL 4 of een HBO-opleiding laten volgen en hiervoor betalen kunnen aanspraak maken op een ‘diplomavergoeding’. Deze vergoeding bedraagt €720,- en wordt éénmalig uitgekeerd wanneer de werknemer de opleiding volledig heeft afgerond.
Indien de werknemer de opleiding zelf heeft bekostigd, wordt de diplomavergoeding aan de werknemer zelf uitgekeerd.

Let op:
Voor de Hbo-Ad Technische bedrijfskunde die bij Fontys Hogeschool Eindhoven en Hogeschool Windesheim in Zwolle gevolgd kan worden is deze diplomavergoeding niet van toepassing. Deze opleiding valt onder de Hbo-Ad Subsidieregeling.
Klik hier voor de regeling.


Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - ECM Academy
Werkgevers die zijn aangesloten bij het Sociaal Fonds Meubelindustrie en premie afdragen kunnen medewerkers cursussen en trainingen van ECM Academy aanbieden met 80% branchesubsidie.
De ECM Academy biedt een breed scala aan cursussen en trainingen voor medewerkers op ieder niveau. Er worden zowel online cursussen als praktijktrainingen aangeboden en bij de meeste cursussen/trainingen is het ook mogelijk om ze incompany aan te bieden.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - ECM Academy Online
Werkgevers die zijn aangesloten bij het Sociaal Fonds Meubelindustrie en premie afdragen, kunnen medewerkers vier verschillende online cursussen van ECM Academy gratis aanbieden.
Een werknemer die aangemeld wordt krijgt een licentie voor één jaar om alle online-cursussen uit het pakket gratis te kunnen volgen. . Bijna alle cursussen kunnen worden afgesloten met een toets en een certificaat. Er worden vier verschillende cursuspakketten aangeboden:

- Algemeen
- Computer en taal
- Management
- Gezond en Vitaal

Deelnemers starten met één pakket en kunnen daarna nog een van de andere pakketten volgen. Bijna alle cursussen kunnen worden afgesloten met een toets en een certificaat.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - EVC traject
EVC (voluit: Erkennen van eerder Verworven Competenties) is hét hulpmiddel om inzicht te krijgen in de huidige kennis, vaardigheden en doorgroeimogelijkheden van medewerkers. Met EVC worden competenties, ervaringen en opleidingen van een medewerker geïnventariseerd, beoordeeld (aan de hand van de landelijke standaard voor de meubel- en interieurbouw), erkend en vastgelegd in het Ervaringscertificaat.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Hbo-Ad Technische Bedrijfskunde Subsidieregeling
Wanneer een werknemer de 2-jarige deeltijdopleiding Hbo-Ad Technische Bedrijfskunde volgt bij Fontys Hogeschool in Eindhoven of Hogeschool Windesheim in Zwolle, wordt een deel vergoed. De bedragen die per jaar vergoed worden zijn:
- Collegegeld: € 1.600,- per jaar.
- Leermiddelen: € 400,- per jaar.
Deze subsidie wordt voor maximaal 2 jaar verstrekt.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Praktijkopleider
In de meubelindustrie en interieurbouw ondersteunt een praktijkopleider de werknemers die een opleiding in de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL) volgen. Om als praktijkopleider erkend te worden, kan de betreffende werknemer de vierdaagse training praktijkopleider van HMC Cursus &Training volgen. Deze training kost € 1.050,- excl. BTW.
Het ECM (Expertise Centrum Meubel) vergoedt van deze cursuskosten € 890,-, en eveneens de verlet- en reiskosten. De training moet dan wel volledig doorlopen zijn.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Scholingssubsidie
Werkgevers in de meubelindustrie die medewerkers een cursus, training of opleiding laten volgen, komen in aanmerking voor scholingssubsidie. De gevolgde training of scholing kan variëren maar moet wel altijd gericht zijn op de (toekomstige) functie van de medewerker.

Per werknemer wordt per jaar het volgende vergoed:
  • cursuskosten: maximaal € 10,00 per uur / € 80,- per dag;
  • maximale vergoeding per werknemer per jaar: € 720,00.
  • voor cursussen en/of opleidingen van langer dan 1 jaar wordt slechts éénmaal subsidie van € 720,00 uitgekeerd.
  • voor schriftelijke cursussen wordt éénmalig een subsidie van maximaal € 720,00 uitgekeerd per jaar (75% van de cursuskosten)


Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Subsidieregeling Praktijkopleider
Werkgevers in de meubelindustrie en interieurbouw die een werknemer de Training Praktijkopleider van HMC Cursus & Training aanbieden, kunnen in aanmerking komen voor vergoeding van de cursuskosten en de verlet- en reiskosten.
Deze vierdaagse training kost € 1.050,- excl. BTW. De SSWM vergoedt van deze cursuskosten € 890,- en de verlet- en reiskosten.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Tegemoetkoming studiekosten BBL 2016-2017
Indien medewerkers een BBL-opleiding volgen op niveau 1, 2 of 3 dan kan een vergoeding voor de aangeschafte lesboeken worden aangevraagd bij ECM (Expertise Centrum Meubel).

Per werknemer wordt per opleiding het volgende vergoed:
BBL niveau 1 - € 80,00
BBL niveau 2 - € 300,00
BBL niveau 2 bij overname boeken - € 120,00
BBL niveau 3 - € 420,00

Let op! Als de leerling een BBL 2 niveau opleiding afgerond heeft, en daarna verder gaat met BBL niveau 3, dan is er geen recht meer op de tegemoetkoming voor niveau 3.


Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Van werk naar werk
Tijdens de “Van werk naar werk-trajecten” die het ECM in samenwerking met Matchcare aanbiedt worden kandidaten begeleid in alle aspecten van het vinden van een nieuwe baan. Centraal daarbij staan de talenten en motivatie van de deelnemer. De tijdsduur is vier maanden met wekelijks een bijeenkomst of contactmoment. De kandidaat wordt gedurende deze periode ondersteund door een eigen coach. Het doel is om de kandidaat op weg te helpen bij het vinden van ander werk zonder de beginnersfouten te maken. De kosten voor het traject worden volledig vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Vereveningsbijdrage BBL niveau 3
Werkgevers in de meubelindustrie die een werknemer een opleiding op BBL niveau 3 aanbieden, kunnen in aanmerking komen voor de vergoedingsregeling voor het loonverlet BBL3.
Per werknemer worden de werkelijk verzuimde uren vergoed (bruto uurloon excl. werkgeverslasten).

Per werknemer wordt het volgende vergoed:
  • Er wordt uitgegaan van 48 gevolgde schooldagen. Per schooldag wordt het bruto uurloon vergoed met een toeslag van 25% voor vakantietoeslag, pensioen en sociale lasten.
  • Dagen waarop door omstandigheden geen scholing is gevolgd worden van de 48 dagen afgetrokken.
  • Het bruto uurloon dat wordt vergoed is bepaald op het CAO loon, salarisschaal B1.


Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Meubelindustrie - Werkvermogensmonitor
De WerkVermogensMonitor® is een wetenschappelijk onderbouwde methode waarmee door middel van een snel en gemakkelijk in te vullen vragenlijst inzicht wordt gegeven in de productiviteit, gezondheid en inzetbaarheid van medewerkers. Met deze methode is uitval te voorspellen én te voorkomen.

De WerkVermogensMonitor® bestaat uit een vragenlijst van ongeveer 10 minuten die door de werknemers wordt ingevuld; een groepsrapportage bij minimaal 10 deelnemers; en eventueel aanvullend onderzoek voor medewerkers met een laag werkvermogen met daaruit volgend een individueel plan van aanpak.

Deze subsidie is alleen voor branche: Meubelindustrie

Mobiliteitsbranche - Bijscholing voor leermeesters
Leermeesters hebben een groot aandeel in de opleiding van leerlingen. Bijscholing voor leermeesters is beschikbaar op verschillende onderwerpen. Op bijscholingen door Innovam is een subsidie beschikbaar vanuit OOMT (Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf). De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de soort opleiding.
De vorm van de bijscholing kan wisselen van E-learning tot training of een combinatie van beiden. Als bijscholing zijn de volgende trainingen beschikbaar:
- Hoe selecteer ik de beste leerling (evt. inclusief praktijk)?
- Hoe combineer ik mijn werk met mijn taken als leermeester?
- Hoe draag ik kennis en vaardigheden over aan leerlingen?
- Hoe beoordeel ik mijn leerling?
- Hoe ga ik om met leerlingen met een leer- en gedragsstoornis?
- Hoe werk ik samen met jonge collega’s?
- Hoe ziet het onderwijs in de mobiliteitsbranche er uit?
- Omgaan met je leerling, wat werkt en wat niet.

Deze subsidie is alleen voor branche: Mobiliteitsbranche

Mobiliteitsbranche - EVC-traject
Werkgevers in de mobiliteitsbranche kunnen hun medewerkers kosteloos een EVC-traject aanbieden. Met het EVC krijgt de werkgever snel inzichtelijk wat de kwaliteiten zijn die de werknemer in de loop der jaren heeft opgedaan. Het maakt zichtbaar wat in de praktijk is geleerd.

De werknemer krijgt een EVC-traject aangeboden bij het IBKI (Examinering en certificering voor de mobiliteitsbranche). Deze procedure is er voor technici in de auto-, bedrijfsauto- en tweewielerbranche. Daarnaast is EVC er ook voor receptie- en verkoopmedewerkers in de mobiliteitsbranche.

Dit EVC-traject is ontwikkeld in opdracht van OOMT. OOMT vergoedt de volledige kosten van het EVC-traject.

Deze subsidie is alleen voor branche: Mobiliteitsbranche

Mobiliteitsbranche - Leermeesteropleiding
Werkgevers in de Mobilliteitsbranche kunnen een medewerker scholen tot leermeester. Het deskundig begeleiden van een leerling is een specifieke vaardigheid. Op Leermeesteropleidingen door Innovam is een subsidie beschikbaar vanuit OOMT (Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf).

De vorm van de opleiding wisselt, afhankelijk van het type leermeester. De volgende opleidingen zijn beschikbaar:
- Leermeester op de werkplaats.
- Leermeester in een tweewielerbedrijf.
- Leermeester in Management Sales.
- Leermeester in een tankstation en wasbedrijf.

De hoogte van de subsidie vanuit OOMT is afhankelijk van de opleiding die wordt gevolgd.

Deze subsidie is alleen voor branche: Mobiliteitsbranche

Mobiliteitsbranche - Subsidie Regionale Praktijktraining (RPT)
Werkgevers in de Mobiliteitsbranche kunnen hun leerling-werknemers laten deelnemen aan een regionale praktijktraining (RPT) bij Innovam. In de RPT wordt praktijktraining en aanvullende theorie gegeven over een specifiek onderdeel van de autotechniek. Op RPT door Innovam is een subsidie beschikbaar vanuit OOMT (Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf).

De RPT is beschikbaar voor elk niveau. De volgende RPT zijn beschikbaar:
- Personenauto Onderhoud
- Personenauto Reparatie
- Personenauto Diagnose
- Bedrijfsauto Onderhoud
- Bedrijfsauto Reparatie
- Bedrijfsauto Diagnose
- Diagnose Gevorderd
- Verbrandingsmotortechnicus
- Fietstechnicus en Eerste Fietstechnicus

De hoogte van de subsidie vanuit OOMT is afhankelijk van de RPT die wordt gevolgd.

Deze subsidie is alleen voor branche: Mobiliteitsbranche

Onderwijs - Leraren Ontwikkel Fonds
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft samen met de Onderwijscoöperatie de subsidieregeling het Leraren Ontwikkel Fonds (LOF) opgezet. Met het LOF wordt ingezet op stimulering van de positie van leraren, en op verbinding van leraren uit verschillende sectoren met oog voor vernieuwing. Ze kunnen aan de slag met hun eigen innovatief idee. Leraren worden zo in staat gesteld om zelf aan onderwijsontwikkeling te werken en elkaar door netwerkvorming te versterken.

Leraren met een goed initiatief kunnen een aanvraag indienen. Het LOF ondersteunt leraren bij het uitwerken van hun initiatief en zorgt dat de deelnemers van en met elkaar kunnen leren. Iedere aanvraag wordt op vier punten beoordeeld:
  1. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs en/of de mate waarin de activiteiten innovatief en creatief zijn binnen de context waar de leraar werkzaam is.
  2. De mate waarin de leraar en de leraren in zijn directe omgeving een leerproces gaan doormaken en/of de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de versterking van de beroepsgroep.
    >LI>De mate waarin de activiteiten door de leraar zelf worden uitgevoerd.
  3. De kosten van de activiteiten staan in redelijke verhouding tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten.

Indien de aanvraag op één van deze punten onvoldoende wordt bevonden, wordt de aanvraag afgewezen.
Nadat de aanvraag is beoordeeld en goedgekeurd krijgt de deelnemer een jaar lang ondersteuning in de vorm van:
  • Een financiële bijdrage van minimaal € 4.000,- en maximaal € 75.000,-. Dit kan ingezet worden om bijvoorbeeld uren vrij te kopen waarin wordt gewerkt aan de ontwikkeling van het initiatief.
  • Drie verplichte LOFLabs: leerbijeenkomsten waarop alle deelnemers aan het LOF samen komen om van en met elkaar te leren. De Labs vormen een springplank die ervoor zorgt dat het initiatief en de eigen ontwikkeling in een versnelling komen.
  • Facultatieve regionale LerarenLabs, waarin deelnemers collega-deelnemers en coaches ontmoeten die kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van het initiatief.
  • Coaching in kleine groepjes door een ervaren coachteam bestaande uit leraren.
  • Een podium om het eigen initiatief met een groter publiek te delen, bijvoorbeeld tijdens het jaarlijkse lerarencongres.
    In het schooljaar 2017/2018 kunnen leraren uit het PO, SO, VO en VSO medio januari 2018 weer een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor subsidie en begeleiding.


Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs, Primair onderwijs

Onderwijs - Regeling subsidie korte scholingstrajecten voortgezet onderwijs
In het Nationaal Onderwijsakkoord is afgesproken dat alle lessen in het voortgezet onderwijs (vo) vanaf het najaar van 2017 worden gegeven door bevoegde leraren. Om deze ambities waar te kunnen maken kunnen schoolbesturen vanaf 2017 subsidie aanvragen voor een aantal korte scholingstrajecten voor vmbo-docenten.

De subsidie kan aangevraagd worden voor personen die willen gaan werken in het vo of reeds werken in het vo maar hier nog niet de juiste bevoegdheid voor hebben. De te volgen scholingstrajecten leiden op tot het verwerven van de bekwaamheid die nodig is voor het lesgeven in het vo.

Het subsidiebedrag dat in 2017 en 2018 zal worden verstrekt wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan de kosten met een maximum van € 6.000,- per aanvraag. In 2019 wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan tachtig procent van de kosten met een maximum van € 6.000,- per aanvraag.

Scholingstrajecten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd:

  • Scholingstraject dat toegankelijk is voor personen die de pabo met goed gevolg hebben afgerond, en die gericht is op het verkrijgen van een bekwaamheid om les te geven in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo.
  • Educatieve modules. Enkele onderwijsinstellingen experimenten op grond van artikel 27 van het Besluit flexibel hoger onderwijs met educatieve modules voor personen die al in het bezit zijn van een universitair bachelor getuigschrift.
  • Een van de trajecten die staan in kolom I en II van bijlage 1 en 2 van de Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning voortgezet onderwijs.www.wetten.overheid.nl/BWBR0038570/2017-05-18#BijlageI)
  • Een van de scholingstrajecten die staan in kolom V van de Regeling conversietabel getuigschriften en vakken voortgezet onderwijs. www.wetten.overheid.nl/BWBR0031802/2017-05-18


Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs

Onderwijs - Schoolleiderstegemoetkoming po & vso
Een schoolleider uit het primair onderwijs (po) of het voortgezet speciaal onderwijs (vso) kan namens het bevoegd gezag van de school subsidie aanvragen voor de kosten van zijn of haar vervanging tijdens het volgen van een (universitaire) masteropleiding, eventueel voorafgegaan door een deficiëntieopleiding (pre-master).

De subsidie is bedoeld voor de vervangingskosten van de betreffende schoolleider voor ten hoogste 640 studieverlofuren gedurende twee studiejaren. Bij het volgen van een deficiëntieopleiding is er bij een voltijdsaanstelling aanvullend ten hoogste 320 uur beschikbaar. De maximale subsidie bedraagt € 50.880,- voor de vervangingskosten van een schoolleider uit het vso tijdens het volgen van een deficiëntieopleiding en een masteropleiding bij een voltijdbetrekking gedurende een periode van drie jaar.
Het is echter niet mogelijk om alleen subsidie aan te vragen voor de vervangingskosten voor het volgen van alleen een deficiëntieopleiding, zonder dit ook te doen voor de vervangingskosten voor het volgen van een masteropleiding.

Let op: Deze regeling kent een subsidieplafond van € 7,8 miljoen voor het schooljaar 2017-2018. Subsidie wordt verstrekt op volgorde van binnenkomst van (volledige) aanvraag tot het subsidieplafond bereikt is. Aanvragen die worden ingediend wanneer het subsidieplafond is bereikt zullen worden afgewezen.

Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs, Primair onderwijs

Onderwijs - Subsidie Zij-instroomregeling
Schoolbesturen die personen in staat stellen om via een zij-instroomtraject binnen twee jaar een bevoegdheid te halen, kunnen nu een bijdrage in de kosten aanvragen.
Het zij-instroomtraject is bedoeld voor mensen die een baan hebben gevonden in het voortgezet onderwijs maar nog niet bevoegd zijn voor het juiste vak. Na een geschiktheidsonderzoek krijgt de kandidaat in overleg met de werkgever een passend scholingstraject.
Vanaf 1 september 2017 is het ook mogelijk om de subsidie aan te vragen voor mensen die al een bevoegdheid hebben. Het wordt zo mogelijk om de overstap te maken vanuit het po naar het vo. Ook wordt het mogelijk om met de zij-instroomregeling een andere bevoegdheid te halen.
De zij-instroom subsidie bedraagt €20.000 per zij-instromer. De subsidie is bestemd voor het schoolbestuur dat de zij-instromer aanneemt. Het bedrag dient te worden ingezet voor de kosten die betrekking hebben op het zij-instroomtraject. Kosten die hieronder vallen zijn:
  • het geschiktheidsonderzoek
  • scholingskosten
  • begeleidingskosten
  • studieverlof (vervangingskosten)

De subsidie wordt maar 1 keer per zij-instromer verstrekt en kan pas worden aangevraagd nadat de zij-instromer is begonnen met de scholing. De aanvragen worden toegekend op volgorde van binnenkomst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Voor elke onderwijssector is er een vast bedrag aan subsidie. Op 15 oktober 2017 wordt gekeken of het budget van elke sector volledig is benut. Als er budget over is in 1 van de sectoren, dan wordt dit evenredig verdeeld over de sectoren waar aanvragen zijn afgewezen omdat het subsidieplafond is bereikt.

Let op: Het subsidieplafond voor mbo is bereikt. Na 15 oktober 2017 kijkt DUO (Dienst uitvoering onderwijs) of herverdeling van subsidie mogelijk is.

Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs

Onderwijs - Subsidieregeling curriculumontwikkeling po & vo
Begin 2018 start een ontwikkeltraject voor het herzien van het curriculum van het primair onderwijs (po) en het voortgezet onderwijs (vo). Om de curriculumontwikkeling mogelijk te maken is de subsidieregeling curriculumontwikkeling ingevoerd. Met behulp van deze subsidieregeling worden scholen voor primair of voortgezet onderwijs gecompenseerd voor de kosten van vervanging van leraren en/of schoolleiders die deelnemen in een ontwikkelteam en/of als ontwikkelschool in het kader van curriculumontwikkeling.

Ontwikkelteams
De ontwikkelteams richten zich op de ontwikkeling van bouwstenen die de essentie beschrijven van wat leerlingen moeten kennen en kunnen per leergebied in een doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs, rekening houdend met verschillende niveaus en in afstemming met het vervolgonderwijs.




Subsidiebedrag voor ontwikkelteams per leraar of schoolleider
Leraar primair onderwijs € 10.527,-
Schoolleider primair onderwijs € 13.497,-
Leraar voortgezet onderwijs € 13.448,-
Schoolleider voortgezet onderwijs € 15.588,-


Ontwikkelschool
Aan elk ontwikkelteam zijn ontwikkelscholen verbonden. Deze scholen geven inbreng en feedback op de tussenproducten van de ontwikkelteams. Verder maken zij op het leergebied van hun ontwikkelteam eigen uitwerkingen voor hun school en geven dit ter inspiratie mee aan hun ontwikkelteam.



Subsidiebedrag ontwikkelschool
Primair onderwijs € 25.373,-
Voortgezet onderwijs € 29.399,-

Let op! De regeling kent een subsidieplafond van € 4,2 miljoen. De aanvragen moeten voor 13 oktober 15.00 uur ingediend zijn. De aanvragen worden op binnenkomst behandeld.


Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs, Primair onderwijs

Onderwijs - Subsidieregeling opleiding cultuurbegeleider primair of speciaal onderwijs
Om de verankering van cultuureducatie in het onderwijs een impuls te geven is de subsidieregeling opleiding cultuurbegeleider ingesteld. Met behulp van deze subsidieregeling kunnen cultuurcoördinatoren en leerkrachten die deze werkzaamheden uitvoeren zich verder professionaliseren tot cultuurbegeleider. De opleiding tot cultuurbegeleider stelt leraren in staat inhoudelijke kennis op het gebied van cultuuronderwijs te verwerven, een leerlijn te ontwikkelen, cultuuronderwijs te verzorgen en eventueel collega’s te begeleiden.

Op grond van deze regeling kunnen twee subsidies worden aangevraagd:
  1. Subsidie voor studiekosten
    De leraar kan ten eerste subsidie ontvangen voor het volgen van een opleiding tot cultuurbegeleider. Deze subsidie bestaat uit een vergoeding voor cursusgeld (tot een maximum van € 3.000), studiemiddelen (tot een maximum van € 175) en reiskostenvergoeding (tot een maximum van € 300) en wordt uitgekeerd aan de leraar.

  2. Subsidie voor vervangingskosten
    Ten tweede kan voor de werkgever subsidie worden aangevraagd als tegemoetkoming in de vervangingskosten voor het volgen van een opleiding tot cultuurbegeleider. De werkgever kan met behulp van deze subsidie taken van de leerkracht in opleiding overdragen aan een andere leerkracht, of de arbeidsomvang van de betreffende leraar tijdelijk uitbreiden. Deze subsidie kan voor ten hoogste 72 uur worden verstrekt. Het subsidiebedrag voor vervangingskosten bedraagt ten hoogste € 37,79 per uur in het primair onderwijs en ten hoogste € 39,58 per uur in het speciaal onderwijs. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.


Let op: deze subsidieregeling kent een subsidieplafond van
€ 950.000,- per kalenderjaar. Hoe eerder de subsidie wordt aangevraagd, hoe meer kans op toekenning.


Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs, Primair onderwijs

Onderwijs - Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs
De subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs heeft als doelstelling kennis en competenties van masteropgeleide leraren meer en duurzamer in te zetten ten behoeve van schoolontwikkeling.
Een ontwikkelingsvraagstuk van de school en/of het bevoegd gezag is het vertrekpunt voor het volgen van een masteropleiding. Leraren volgen met subsidie een masteropleiding in teamverband waardoor zij samen kunnen reflecteren en ook na de opleiding een kritische vriend hebben binnen de school of het schoolbestuur. Gedurende een jaar na de opleiding krijgen de leraren vanuit de Teambeurs tijd om aan het ontwikkelvraagstuk te werken. Ook andere leraren in het schoolteam, die geen master volgen, kunnen met deze subsidie meer betrokken worden in het leerproces en de schoolontwikkeling.
De subsidieregeling bestaat uit twee onderdelen waarvoor apart subsidie aangevraagd kan worden:
  1. Subsidie voor het volgen van een Master in teamverband en kennisinbedding. Hierbij worden de volgende kosten gedekt:
    a) per leraar de kosten van het verschuldigd collegegeld tot een maximum van € 7.000,00 per studiejaar;
    b) per leraar de kosten van studiemiddelen van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350,00 per studiejaar;
    c) per leraar reiskosten van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van €350,00 per studiejaar;
    d) per leraar ten hoogste 320 studieverlofuren per jaar voor een voltijdsaanstelling, of voor een deeltijdsaanstelling een evenredig deel per studiejaar;
    e) per leraar ten hoogste 160 uren voor de implementatie van kennis door de masteropgeleide leraar.
    Bij de studieverlofuren en uren voor de implementatie (punten d en e), bedraagt de subsidie €37,70 per uur voor leraren uit het po en €39,58 voor leraren uit het so en vso.

  2. Subsidie voor het samen met het opleidingsinstituut ontwikkelen van een nieuwe masteropleiding die gericht is op teams van leraren en teamontwikkeling. De vergoeding voor dit onderdeel bedraagt maximaal € 150.000,-
    Er worden twee aanvraagperioden georganiseerd. De eerste aanvraagperiode start op 1 mei 2017 en loopt tot en met 15 oktober 2017. De tweede aanvraagperiode loopt vanaf 1 april 2018 tot en met 15 oktober 2018. Aanvragen die buiten deze aanvraagperioden worden ingediend worden afgewezen.

Let op: Deze regeling kent een subsidieplafond. Hoe eerder de subsidie wordt aangevraagd, hoe meer kans op toekenning.

Deze subsidie is alleen voor branche: Primair onderwijs

Onderwijs - Tegemoetkoming leraren
Studenten, zij-instromers en contractanten die een lerarenopleiding volgen voor een eerste- of tweedegraads bevoegdheid of een pabo-opleiding en geen recht (meer) hebben op studiefinanciering, ook niet in de vorm van een lening, kunnen een tegemoetkoming leraren aanvragen.
De tegemoetkoming leraren is een gift en bestaat uit een vergoeding voor het cursus- of collegegeld en de schoolkosten. De maximale tegemoetkoming bedraagt € 567,23 voor het cursus- of collegegeld en € 735,89 voor de schoolkosten.
De daadwerkelijk hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het inkomen van de kandidaat én diens partner. Hierbij gaat het standaard om het inkomen van twee jaar geleden, maar mocht het inkomen daarna sterk gedaald zijn dan kan gevraagd worden een recenter jaar als peiljaar te nemen. Het gezamenlijk inkomen mag niet hoger zijn dan € 34.194,51.

Wanneer de kandidaat of dienst partner een uitkering heeft kan ook aanspraak gemaakt worden op de tegemoetkoming. Ook bij inkomen uit een uitkering geldt dat dit inkomen niet hoger mag zijn dan € 34.194,51.

Let op: De tegemoetkoming leraren kan niet tegelijk worden ingezet met de lerarenbeurs en de tegemoetkomingen onderwijsmasters.

Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs, Primair onderwijs

Onderwijs - Tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasters PO
Met de regeling ‘Tegemoetkoming studiekosten Onderwijsmasters PO (primair onderwijs)’ van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kunnen pabo-afgestudeerden doorstuderen en toch werkzaam blijven bij het onderwijs. De regeling biedt een eenmalige financiële tegemoetkoming wanneer zij een onderwijs gerelateerde masteropleiding gaan volgen. Een mastertitel is niet alleen goed voor de ontwikkeling en baankansen van de kandidaat, maar ook voor het onderwijs. want tijdens de masteropleiding voeren de studenten hun praktijk- of onderzoeksopdracht uit bij een schoolbestuur.

De regeling is bedoeld voor Pabo-afgestudeerden die na 31 december 2011 hun diploma hebben behaald aan de (academische) pabo of aan een pre-master na de pabo en die in september 2017 starten met een van de volgende voltijd of deeltijd hbo of universitaire masteropleidingen:
  • Special Educational Needs.
  • Onderwijskunde
  • Pedagogische Wetenschappen
  • Talentontwikkeling en diversiteit
  • Leren en innoveren
  • hbo Pedagogiek

Voor de tegemoetkoming onderwijsmasters po geldt een subsidieplafond. Toekenning gebeurt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. De kandidaat vraagt zelf de subsidie aan. Het subsidiebedrag bedraagt € 3.000,- en wordt bij het behalen van het diploma een gift.

Deze subsidie is alleen voor branche: Primair onderwijs

Onderwijs - Tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasters tekortvakken
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil met behulp van de tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasters in de tekortvakken extra eerstegraads leraren opleiden voor vakken in het voortgezet onderwijs waar een tekort aan is.
De regeling is bedoeld voor personen die maximaal vijf jaar geleden een relevante vooropleiding gevolgd hebben en nu starten met een universitaire lerarenopleiding in één van de tekortvakken.
De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het gekozen vak:

  • De tegemoetkoming bedraagt € 3.000,- voor de vakken Nederlands, Frans, Duits, Engels en Klassieke talen.
  • De tegemoetkoming bedraagt € 5.000,- voor de vakken Informatica, Natuurkunde, Wiskunde en Scheikunde.
    Deze tegemoetkoming wordt omgezet in een gift als de student
binnen de nominale studieduur en een uitlooptermijn van een jaar de eerstegraads bevoegdheid behaalt. Lukt het niet de studie binnen de gestelde termijn af te ronden, dan moet het volledige bedrag terugbetaald worden.

Let op: Er kan geen aanspraak gemaakt worden op de tegemoetkoming onderwijsmasters als u al een lerarenbeurs of een tegemoetkoming leraren ontvangt.

Let op: Voor de tegemoetkoming onderwijsmasters geldt een subsidieplafond. Toekenning gebeurt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen

Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs

Politie - Leidinggeven aan ad hoc projecten
Voor medewerkers van de politie die lid zijn van de Algemeen Christelijke Politiebond (ACP) wordt een gratis training ‘Leidinggeven aan ad hoc projecten’ georganiseerd.

Tijdens deze training gaan de medewerkers met de volgende vragen aan de slag:
- Hoe zet je nu jouw thema (ad hoc) op de kaart?
- Hoe betrek je anderen hierbij?
- Hoe stem je af met de ACP in Leusden en daarmee met andere eenheden?
- Hoe bewaak je hierin je tijdsbesteding en hoe kun je de juiste mensen hierbij betrekken en zaken delegeren?
Met behulp van deze vragen leren de medewerkers in deze tweedaagse training hoe ze kunnen toewerken naar de gestelde doelen en hoe ze kunnen omgaan met risico’s en onzekerheid.

Deze subsidie is alleen voor branche: Politie

Procesindustrie - Training praktijkbegeleider
Voor werkgevers uit de procesindustrie is het mogelijk om één of meerdere medewerkers met korting de training praktijkbegeleider te laten volgen.

Het betreft een intensieve training waarin alle facetten van het begeleiden van mbo-studenten aan de orde komen. De training bestaat uit vier dagdelen verdeeld over twee dagen, aangevuld met e-learning. Aan de hand van de theorie en opdrachten gaan de cursisten tijdens de trainingsdagen aan de slag om de benodigde competenties van praktijkbegeleider verder te ontwikkelen.

De training vind in 2017 plaats op 30 november van 9.30 tot 16.30 uur en 18 december van 9.30 tot 16.30 uur in Bunnik.

Het is ook mogelijk om een groep praktijkbegeleiders van uw bedrijf op locatie te trainen. De trainer komt bij u op het bedrijf een training verzorgen. De korting voor een groepstraining bedraagt € 200,-. De groepstraining op locatie bedraagt dan
€ 3.795,- ongeacht het aantal deelnemers. De korting voor individuele deelname bedraagt € 150,-, waarmee de kosten per individuele deelname op € 699,- uitkomen.

Deze subsidie is alleen voor branche: Procesindustrie

Recreatie - Tegemoetkoming op cursuskosten
Werkgevers in de recreatiebranche kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten voor scholing van werknemers. Deze tegemoetkoming wordt verstrekt door KIKK recreatie (handelsmerk van Stichting Sociaal Fonds Recreatie).

Per werknemer is er een budget beschikbaar van maximaal €400,- (exclusief BTW en verletkosten. Het totale budget voor de werkgever wordt bepaald a.d.h.v. de loonsom. Klik hier voor de berekening van het bedrijfsbudget.

Deze subsidie is alleen voor branche: Recreatie

Recreatie - Tegemoetkoming op opleidingskosten (BBL)
Werkgevers in de recreatiebranche kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de opleidingskosten. Deze tegemoetkoming is geschikt voor medewerkers die een BBL-traject volgen, maar ook voor medewerkers die al werkzaam zijn in de recreatiesector en een aanvullende opleiding willen volgen. De tegemoetkoming wordt verstrekt door KIKK recreatie (handelsmerk van Stichting Sociaal Fonds Recreatie).

Per werknemer/leerling is er een budget beschikbaar van maximaal €400,- per jaar. Het totale budget voor de werkgever wordt bepaald a.d.h.v. de loonsom.

Deze subsidie is alleen voor branche: Recreatie

Rijksoverheid - Meer werk voor vijftigplussers
Deze subsidie is bedoeld voor experimenten met (kleinschalige) innovatieve projecten, gericht op het aan het werk krijgen van vijftigplussers. De projecten moeten draagvlak hebben bij sociale partners en uitvoerbaar zijn binnen de bestaande wet- en regelgeving.
Innovatief betekent hierin dat:

  • De gebruikte en ontwikkelde methodieken vernieuwend moeten zijn. Het gaat om nieuwe, anders dan de gebruikelijke, manieren die voorzien in verborgen werkgelegenheid voor vijftigplussers.
  • De initiatieven bij gebleken effectiviteit toepasbaar en vrij beschikbaar moeten zijn voor breder gebruik.

Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste €125.000,- en ten hoogste €750.000,-.

Let op:
De aanvraagperiode loopt van 10 april 2017 tot en met 7 mei 2017.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Rijksoverheid - Schoolleiderstegemoetkoming
Een schoolleider kan namens het bevoegd gezag van een school subsidie aanvragen voor de kosten van zijn of haar vervanging tijdens het volgen van een masteropleiding. De subsidie is bedoeld voor de vervangingskosten van de betreffende schoolleider voor ten hoogste 640 studieverlofuren gedurende twee studiejaren. Het bedrag per studieverlofuur bedraagt € 49,- per uur voor het basisonderwijs, tot een maximum van €31.360,-. Het bedrag per studieverlof voor het (voortgezet) speciaal onderwijs bedraagt €53,- per uur, tot een maximum van €33.920,-.

De aanvraag kan worden ingediend van 1 april tot en met 15 oktober, voorafgaand aan de opleiding.

Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs

Rijksoverheid - Subsidieregeling Praktijkleren
De Subsidieregeling Praktijkleren is een tegemoetkoming voor een werkgever in de kosten die hij maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio). Hiermee stimuleert het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. De maximale subsidie is €2.700,- per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

De subsidieregeling richt zich vooral op:
- kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt bij wie jeugdwerkeloosheid een groot probleem is;
- studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel;
-wetenschappelijk personeel, dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie.

Aanvragen voor het studiejaar 2016 / 2017 kunnen vanaf 2 juni 2017 tot uiterlijk 15 september 2017 17:00 uur worden ingediend.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Rijksoverheid - Teambeurs primair onderwijs
De subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs bestaat uit twee onderdelen waarvoor separaat subsidie kan worden ontvangen: subsidie voor het volgen van een masteropleiding in teamverband en kennisinbedding en de subsidie voor het samen met een opleidingsinstituut ontwikkelen van een nieuwe masteropleiding die gericht is op teams van leraren en teamontwikkeling.


De aanvraagperiode is van 1 mei tot en met 15 oktober 2017.


Deze subsidie is alleen voor branche: Onderwijs

Rijksoverheid - Tel mee met Taal
Met Tel mee met Taal geeft het kabinet een extra impuls aan het bestrijden van laaggeletterdheid en het voorkomen hiervan. Het actieprogramma is een initiatief van de ministeries van OCW, SZW en VWS en diverse partners.

Van elke zeven werknemers in Nederland heeft er één moeite met lezen en schrijven. Onvoldoende taalvaardigheid kan zorgen voor een lagere productiviteit en ook de innovatiekracht van een bedrijf beperken. Want om kansen te benutten, heb je medewerkers nodig die meegroeien.

Als werkgever kan je middels Tel mee met Taal bijdragen aan de ontwikkeling van taalvaardigheid van je medewerkers. De subsidie wordt verstrekt voor een opleidingstraject gericht op de taalvaardigheid van werknemers met een referentieniveau 2F of lager.

De subsidie kan ook worden verstrekt een samenwerkingsverband voor een project dat bijdraagt aan de regionale of lokale aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen of leesbevordering bij kinderen.

Let op:
het aanvragen van deze subsidie is weer mogelijk vanaf 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

Scheepvaart - Studiekostenvergoeding
Werkgevers onder de werkingssfeer van het O&O-fonds Zeescheepvaart kunnen een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangen. Jaarlijks wordt vastgesteld welke cursussen hiervoor in aanmerking komen. De tegemoetkoming bedraagt 40% van de genormeerde cursuskosten.

Klik hier voor een overzicht van de cursussen voor het jaar 2017.

Deze subsidie is alleen voor branche: Scheepvaart

Schoonmaak- en Glazenwassersbranche - Bijdrage in de opleidingskosten
Werkgevers in de schoonmaak- en glazenwassersbranche kunnen een bijdrage in de kosten ontvangen voor een (vak)opleiding die werknemers hebben gevolgd. Deze bijdrage is bedoeld als tegemoetkoming in de opleidings- en verletkosten. Jaarlijks wordt vastgesteld welke opleidingstrajecten in aanmerking komen voor een bijdrage en hoeveel de bijdrage bedraagt per werknemer. Klik hier voor een overzicht van de opleidingen en de bijdragen in 2017.

De bijdrage in de opleidingskosten is een vast (netto) bedrag per werknemer. De bijdrage is afhankelijk van de opleiding en kan variëren van €140,- tot €1.400,-.

Deze subsidie is alleen voor branche: Schoonmaak- en Glazenwassersbranche

Slagersbedrijf - Opleidingssubsidie BBL
De Stichting Opleidingsfonds Slagersbedrijf (Sovvb) verleent subsidie voor de kosten van BBL-opleidingen. De subsidie vergoed kosten van cursusgeld, licentie, boeken en materialen. Daarnaast is er een diplomasubsidie. Deze is bestemd voor de werkgever.

De subsidie voor cursusgeld bedraagt in 2017 100%. De subsidie voor de licentie, boeken en materialen bedraagt ook 100%, maar dan tot een bepaald maximum. De maximale subsidie voor BBL-niveau 1 is €172,-, voor BBL-niveau 2 is dit €593,- en voor BBL-niveau 3 en 4 is de maximale subsidie €361,-. De diplomasubsidie bedraagt in 2017 €460,- per diploma.

Let op:
Er geldt een uitzondering indien de opleiding reeds voor 01-01-2017 is voltooid of indien op 01-01-2017 de maximale duur van 4 schooljaren is overschreden. Klik hier voor meer informatie.

Let op:
Er wordt geen subsidie meer verstrekt voor examenmateriaal


Deze subsidie is alleen voor branche: Slagersbranche

Slagersbedrijf - Opleidingssubsidie cursussen
De Stichting Opleidingsfonds Slagersbedrijf (Sovvb) verleent subsidie voor de kosten van cursussen en trainingen. De subsidie vergoed cursuskosten en verleturen. In 2017 wordt 75% van de cursuskosten excl. btw met een maximumbedrag van €345,- per deelnemer per cursus vergoed na afronding van de cursus.
Verleturen (gebaseerd op het bruto uurloon en maximaal 7,6 arbeidsuren per werkdag) wordt na afronding van de cursus vergoed, met een maximum van 2 werkdagen per medewerker per kalenderjaar, tenzij het bestuur op basis van een door de werkgever vóór aanvang van de cursus ingediend opleidingsplan of ingediende subsidieaanvraag anders beslist.

Deze subsidie is alleen voor branche: Slagersbranche

Slagersbedrijf - Subsidie EVC-traject
De Stichting Opleidingsfonds Slagersbedrijf (Sovvb) verleent subsidie voor de kosten van een EVC-traject. Er wordt maximaal € 300,- per deelnemer per volledig uitgevoerd EVC-traject vergoed. De uitbetaling vindt plaats na afronding van het traject.

Deze subsidie is alleen voor branche: Slagersbranche

Timmerindustrie - EVC regeling
Werkgevers in de Timmerindustrie kunnen voor hun werknemers een EVC-traject inzetten. EVC staat voor het Erkennen van Verworven Competenties. Kennis en vaardigheden van de medewerker worden getoetst en omschreven zodat hiermee werk- en denkniveau aangetoond kan worden. Dit wordt vastgelegd in een ervaringscertificaat. Werkgevers kunnen hiervoor een subsidie ontvangen.

Indien de werkgever onder de cao Timmerindustrie valt, worden de kosten (excl. btw) 100% gesubsidieerd door de SSWT (Stichting Sociaal en Werkgelegenheidsfonds Timmerindustrie).

Deze subsidie is alleen voor branche: Timmerindustrie

Timmerindustrie - SSWT Subsidie
De SSWT (Stichting Sociaal en Werkgelegenheidsfonds Timmerindustrie) stimuleert werkgevers werknemers (bij) te scholen. Vanuit het S&W-fonds (Sociaal & Werkgelegenheid Fonds) worden subsidies verstrekt aan werkgevers waarvan de werknemers scholing volgen.

De subsidie bedraagt maximaal €1.650,- per persoon per jaar. Dit is opgebouwd uit subsidie voor cursuskosten (€71,- per dagdeel, maximaal €142,- per persoon per dag, maar nooit meer dan de werkelijke kosten) en subsidie voor verletkosten (€18,- per uur, maximaal €135,- per persoon per dag). Per werkgever wordt een bedrijfsbudget vastgesteld, dat is afhankelijk van het aantal werknemers in het bedrijf.

Deze subsidie is alleen voor branche: Timmerindustrie

Transport & Logistiek - Subsidie Veiligheid
De sector Transport en Logistiek kent relatief veel risico’s als het gaat om aanrijd- en valgevaar, fysieke belasting en agressie en geweld. Daarom wordt er door SOOB (Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer) subsidie verstrekt op opleidingen op het gebied van veiligheid. Voor branchekwalificerende opleidingen op het gebied van veiligheid wordt een extra hoge subsidie verstrekt. De opleidingen die voor subsidie in aanmerking komen zijn opgenomen in een online overzicht. Klik hier voor het overzicht.

Het subsidie bedrag is maximaal €100,- tot €150,-, maar nooit meer dan de werkelijke kosten.

Deze subsidie is alleen voor branche: Transport en Logistiek

Transport & Logistiek - Subsidie voor branchekwalificerende scholing
De komende jaren zijn er in de sector Transport en Logistiek veel nieuwe chauffeurs nodig en is het ook belangrijk dat werknemers goed opgeleid blijven.
Door het verstrekken van subsidies via SOOB Subsidiepunt stimuleert stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer (SOOB) het volgen van opleidingen en trainingen voor huidige én toekomstige medewerkers in de bedrijfstak.
Indien u dus als werkgever uw (toekomstige) medewerkers wilt opleiden voor een branche kwalificerend certificaat of diploma kunt u subsidie aanvragen bij het subsidiepunt van de SOOB.
De keuze uit opleidingen is breed en varieert van opleidingen voor chauffeurs en logistiek personeel tot opleidingen voor het middenkader. Ook voor medewerkers in de sectoren verticaal transport en verhuizen is er een uitgebreide keuze in opleidingen met subsidie.

Het subsidiebedrag verschilt per opleiding en loopt van € 50,- tot maximaal € 4.660,-.

Klik hier voor een overzicht van de beschikbare opleidingen met subsidie.

Deze subsidie is alleen voor branche: Transport en Logistiek

Transport & Logistiek - Subsidie voor Praktijkdagen Code 95
De Stichting Opleidings- Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer (SOOB) vindt het belangrijk dat chauffeurs op tijd de code 95 op het rijbewijs behalen. Code 95 is de vervanging van het chauffeursdiploma en is voor iedereen verplicht die beroepsmatig als vrachtautochauffeur rijdt, voor zover er geen vrijstelling geldt. Er geldt nascholingscyclus van 5 jaar. Daarin moet door middel van 35 uur nascholing de Vakbekwaamheid aangetoond worden.
Om dit te ondersteunen is er per chauffeur, per jaar € 100,- subsidie voor praktijkdagen voor code 95 beschikbaar.

Deze subsidie is alleen voor branche: Transport en Logistiek

Transport & Logistiek - Subsidie voor Rijopleidingen
De economie trekt aan en hierdoor zijn er de komende jaren veel nieuwe chauffeurs nodig. Daarom is er subsidie beschikbaar voor het opleiden van bestaande medewerkers (doorstroom) en nieuwe medewerkers (zij-instroom) tot vrachtwagenchauffeur.

Wilt u medewerkers opleiden die nog niet bij u in dienst zijn? Ook dan draagt SOOB voor 80% bij in de opleidingskosten van alle onderdelen van de rijopleiding.
Wilt u medewerkers die al bij u in dienst zijn, opleiden tot chauffeur? SOOB draagt bij in uw opleidingskosten en verstrekt subsidie op alle onderdelen van de rijopleiding. Over de subsidiabele uurprijs ontvangt u 35% subsidie over een maximaal aantal opleidingsuren.

De subsidiabele uurprijs en het maximaal aantal opleidingsuren verschilt per opleiding.

Klik hier voor een overzicht.

Deze subsidie is alleen voor branche: Transport en Logistiek

Uitzendbranche - EVC-traject flexkrachten
EVC staat voor Erkennen van -eerder- Verworven Competenties of voor Ervaringscertificaat. Met een EVC-traject kunnen de kennis en vaardigheden in beeld worden gebracht die mensen op een bepaald moment hebben. Uitzendorganisaties die hun flexkrachten een EVC-traject aanbieden, kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage van STOOF. Vanaf 1 januari 2017 vergoedt STOOF de feitelijke kosten tot maximaal €1.500,-. Voor deze vergoeding dient de uitzendorganisatie een reservering te maken via het Opleidingsportal van STOOF vóór 31 januari.

Deze subsidie is alleen voor branche: Uitzendbranche

Uitzendbranche - Scholingsvouchers
Om uitzendkrachten een aanzet te geven tot een leven lang leren, enthousiast te maken om verder te leren en duurzaam inzetbaar te houden geeft STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche) scholingsvouchers uit. STOOF stelt in 2017 in totaal 900 scholingsvouchers beschikbaar. Het reserveren en op naam zetten van scholingsvouchers gebeurd in tijdvakken. De tijdvakken worden gepubliceerd op de website van STOOF. De voucher heeft een waarde van maximaal €500,- exclusief BTW.

Deze subsidie is alleen voor branche: Uitzendbranche

UWV - Brug-WW
Brug-WW is een regeling waarbij werkzoekenden zich bij een nieuwe werkgever kunnen laten omscholen voor een bepaalde sector met behoud van de WW-uitkering. Hiermee kunnen werkzoekenden makkelijker en sneller aan het werk in sectoren waar een tekort is aan personeel.
De werknemer ontvangt een inkomen over de uren die hij werkt en de uren waarin hij een opleiding volgt. Werkgevers betalen daarbij alleen de loonkosten over de uren die de werknemer werkt. De uren die de werknemer maakt voor zijn opleiding worden betaald uit de WW. Deze regeling is daarom voor werkgevers ook zeer interessant; een werkgever neemt dus een werknemer in dienst die tegelijkertijd wordt bijgeschoold met de meest actuele kennis.

Vanaf 1 april 2016 zijn er twee soorten Brug-WW:
1. Brug-WW zonder sectorplan
2. Brug-WW met sectorplan

Ad 1. Brug-WW zonder sectorplan
Brug-WW zonder sectorplan wordt geregeld via UWV. Met deze regeling kunnen werkgevers een werkzoekende met een WW-uitkering in dienst nemen. De werkzoekende kan zijn nieuwe baan dan combineren met een opleiding die nodig is voor deze baan.
Tijdens deze periode houdt hij zijn uitkering. En hij hoeft dan niet te solliciteren en is niet verplicht om passende arbeid te aanvaarden. Deze vrijstelling duurt de hele scholingsperiode of tot het einde van zijn WW-uitkering.
De werkgever betaalt dan alleen salaris over de uren die de nieuwe werknemer werkt. Voor de uren die hij besteedt aan zijn opleiding, houdt hij zijn WW-uitkering.

Ad 2. Brug-WW met sectorplan
Indien er voor een sector een sectorplan is ingediend en goedgekeurd, kunnen werkgevers uit deze sector gebruik maken van de regeling Brug-WW met sectorplan.
Ook bij de regeling Brug-WW met sectorplan is het zo dat werknemers een inkomen ontvangen over de gewerkte uren en de uren waarin een opleiding wordt gevolgd maar dat de werkgever alleen betaald voor de gewerkte uren.
De werkgever betaald maar een deel van de scholingskosten. Vanuit het sectorplan vindt cofinanciering plaats voor de scholing van deze nieuwe werknemer.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Compensatieregeling ziektekosten voor oudere voormalig werkloze werknemers
Werkgevers krijgen, als deze werknemer langer dan 13 weken ziek is, het loon dat zij wegens de ziekte doorbetalen gecompenseerd vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken, doordat de werknemer een recht op ziekengeld krijgt op grond van artikel 29d ZW. Deze regeling geldt voor ziekmeldingen die plaatsvinden of zijn aangevangen binnen de eerste 5 jaar van de arbeidsovereenkomst. UWV betaalt maximaal 2 jaar de Ziektewetuitkering als de werknemer ziek wordt. De uitkering bedraagt 70% van het dagloon van de werknemer.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Internationaal handelsverkeer
Deze regeling biedt het internationale bedrijfsleven de mogelijkheid om flexibel arbeidskrachten vanuit het buitenland tijdelijk in Nederland te laten werken. Het gaat bijvoorbeeld om werknemers die getraind worden in het werken met nieuwe machines of het geven van trainingen aan werknemers. Het gaat hier om het verrichten van werkzaamheden die geen concurrentie opleveren met het arbeidsaanbod uit Nederland en de EU.
Werkgevers kunnen bij het UWV een verzoek indienen om toelating van een traject te verkrijgen. Een traject is het kader waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden, dat in tijd afgebakend is, een grensoverschrijdend aspect heeft en naar een eindresultaat toewerkt. Wanneer een traject is toegelaten, hoeft de werkgever geen tewerkstellingsvergunning (TWV) meer aan te vragen voor buitenlandse werknemers die bij het traject betrokken zijn. De regeling is de opvolger van de Pilot Kennisindustrie.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Loondispensatie Wajong
Werkgevers die werknemers met een Wajong-uitkering in dienst nemen of hebben, die minder productief zijn dan andere werknemers, kunnen loondispensatie aanvragen. De werkgever betaalt dan tijdelijk minder loon. Het UWV vult het loon van deze werknemers aan tot maximaal het bedrag dat hij ontving, voordat hij ging werken, gedurende een periode variërend van 6 maanden tot 5 jaar.
Verlenging is mogelijk, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat de werknemer hetzelfde kan verdienen als andere werknemers.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Meeneembare werkvoorzieningen
Meeneembare voorzieningen zijn bijzondere hulpmiddelen die een werknemer noodzakelijkerwijs nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen en die een werkgever normaal gesproken niet in zijn bedrijf beschikbaar heeft. Het gaat hier om benodigdheden bij een visuele, auditieve of motorische handicap. Denk bijvoorbeeld aan orthopedische (werk)schoenen, voorleesapparatuur, spraakversterkers of een aangepaste bureaustoel. De werknemer met een arbeidsbeperking kan deze meeneembare voorzieningen ook op een andere werkplek of op bij een andere werkgever gebruiken. Het kan hier ook gaan om een tolkvoorziening. Klik hier voor extra informatie over tolkvoorzieningen en meeneembare voorzieningen.

De werknemer kan bij het UWV een vergoeding voor een dergelijke voorziening aanvragen. Dit geldt voor zowel werknemers met een Wajong-uitkering als voor werknemers met een arbeidsbeperking die onder de Participatiewet vallen.

Voor alle voorzieningen geldt een drempelbedrag van € 133,24 inclusief btw. Voorzieningen die onder dit drempelbedrag liggen worden niet vergoed.

De voorziening wordt in beginsel in eigendom verstrekt. Indien de kosten voor de voorziening boven het normbedrag van €3.595,37 uitkomen, zal de voorziening in bruikleen worden verstrekt. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk.

Let op:
De aanschaf van de voorziening dient altijd via het UWV te gaan, tenzij anders door UWV aangegeven in de beschikking. Indien de voorziening reeds is aangeschaft wordt geen vergoeding verstrekt.


Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - No-riskpolis
Als de no-riskpolis van toepassing is kunnen werkgevers een Ziektewet-uitkering aanvragen voor zieke werknemers. De werkgever hoeft dan een groot deel van het loon niet zelf te betalen. Dan betaalt UWV voor maximaal 2 jaar de ziektewet-uitkering. In het eerste jaar ligt de uitkering tussen de 70% en 100% van het dagloon. In het tweede jaar is de uitkering 70% van het dagloon.

De no-riskpolis geldt voor werknemers met een handicap, ziekte, langdurige werkeloosheid of registratie in het doelgroepregister. De no-riskpolis geldt dan automatisch. Ook als de werknemer een belemmering heeft ervaren tijdens een opleiding kan de no-riskpolis van toepassing zijn. Er moet dan een no-riskverklaring door het UWV worden afgegeven.

De no-riskpolis geldt 5 jaar, vanaf de eerste werkdag van de werknemer. In bijzondere gevallen verlengt UWV de periode van 5 jaar met nog eens 5 jaar. Van bijzondere gevallen is sprake als de werknemer een ernstige ziekte had.

Bij een werknemer die een Wajong-uitkering krijgt of ooit heeft gekregen of een werknemer met een WSW-indicatie, geldt de no-riskpolis zo lang de werknemer werkt.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Plaatsingsfee voor intermediair
Een intermediair (bijv. een uitzendbureau of een re-integratiebureau) kan na 3 maanden een plaatsingsfee aanvragen wanneer hij een werkzoekende WW'er van 50 jaar of ouder begeleid naar een baan. De plaatsingsfee is een subsidie. De hoogte van deze subsidie hangt af van de duur van het dienstverband. Hoe langer het dienstverband, hoe hoger de plaatsingsfee.
Wanneer de werknemer 3 maanden in dienst is, is de plaatsingsfee € 300. Als de werknemer 6 maanden na zijn eerste werkdag nog aan het werk is via dezelfde intermediair, dan kan de intermediair een vervolgaanvraag doen voor een extra plaatsingsfee van € 700. Als de werknemer 12 maanden na zijn eerste werkdag nog aan het werk is via dezelfde intermediair, kan de intermediair een tweede vervolgaanvraag doen voor een extra plaatsingsfee van € 500.

Let op: het is niet meer mogelijk om als intermediair plaatsingsfee aan te vragen voor werkzoekenden die begonnen zijn met werken tussen 1 oktober 2013 en 1 oktober 2016. Dit was een tijdelijke regeling. Indien er al toekenning is gegeven voor een plaatsingsfee dan kan er nog wel een vervolgaanvraag ingediend worden.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Proefplaatsing
Een werkgever kan een werkzoekende die moeilijk aan het werk kan komen en een arbeidsongeschiktheids-, WW- of ziektewetuitkering van het UWV ontvangt, maximaal 2 maanden bij hem laten proefdraaien zonder loonbetalingsverplichting. Tijdens de proefplaatsing behoudt de werknemer namelijk zijn uitkering. Stopt de uitkering tijdens de proefplaatsing, bijvoorbeeld omdat de maximale duur is bereikt, dan stopt UWV met de doorbetaling.
Tijdens de proefplaatsing kan de werkgever bekijken of de werknemer geschikt is voor de functie. Na een proefplaatsing mag de werkgever geen proeftijd meer afspreken met de werknemer.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Subsidie interne Jobcoaching
Als een werkgever een werknemer in dienst neemt of heeft met een langdurige ziekte of handicap die begeleiding nodig heeft, kan de werknemer de ondersteuning van een interne jobcoach aanvragen. De werknemer krijgt een persoonlijk trainings- of inwerkprogramma en begeleiding op de werkvloer. Aan het eind van een geslaagd programma kan de werknemer zijn werk zelfstandig uitvoeren. De jobcoach blijft bereikbaar wanneer er een probleem ontstaat of als er nog knelpunten zijn.
De jobcoach begeleidt de werknemer maximaal 3 jaar. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt de begeleiding verlengd na deze periode.
In het 1e jaar krijgt de werknemer voor max. 15% van zijn werkuren begeleiding door de jobcoach. In het 2e jaar is de begeleiding maximaal 7,5% en in het 3e jaar maximaal 6%. In uitzonderlijke gevallen kan de mate van begeleiding worden uitgebreid. Het inzetten van een jobcoach kost de werkgever niets. UWV betaalt de vergoeding elke 6 maanden als voorschot aan de jobcoachorganisatie.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Tolkvoorzieningen
Tolkvoorzieningen zijn verschillende soorten dienstverlening voor mensen met een auditieve, visuele of motorische beperking om hen te ondersteunen bij het uitvoeren van bepaalde taken. Voorbeelden hiervan zijn de doventolk of een voorleeshulp. Het UWV is de uitvoerende instantie voor deze voorziening, zowel voor werknemers met een Wajong-uitkering als voor de werknemer/werkzoekenden die onder de Participatiewet vallen. Voor de doelgroep van de Participatiewet heeft de VNG afspraken gemaakt met het UWV.

Het UWV betaalt de vergoeding voor een aantal van de werkuren en alleen in de volgende situaties:
  1. De werknemer werkt in loondienst. Een doventolk kan voor maximaal 15% van de werktijd worden ingezet, op basis van een gemiddelde per jaar.
  2. De persoon is werkzoekend. Een doventolk kan ondersteuning bieden bij sollicitatieactiviteiten waarbij persoonlijk contact nodig is, zoals een sollicitatiegesprek of een sollicitatietraining. Ook hiervoor geldt dat maximaal 15% van de sollicitatieactiviteiten wordt vergoed.


De vergoeding voor één uur dienstverlening bedraagt € 53,25 (exclusief btw) conform het geldende Normbedragenbesluit UWV.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV - Vergoeding voorzieningen werkgever
Als een werkgever een werknemer met een ziekte of handicap in dienst heeft of in dienst neemt, kan de werkgever een vergoeding aanvragen voor de extra kosten die dit met zich meebrengt. Denk hierbij aan eventuele aanpassingen aan de werkplek of hulpmiddelen.
De subsidie voor de werkgever is alleen van toepassing op niet-meeneembare werkvoorzieningen. Meeneembare werkvoorzieningen moet een werknemer zelf aanvragen.
De vergoeding kan aangevraagd worden voor kosten die betrekking hebben op:
  • een noodzakelijke aanpassing van de werkplek;
  • de aanschaf van noodzakelijke hulpmiddelen;
  • de noodzakelijke aanpassing en inrichting van het bedrijf.


Let op: de werkgever krijgt geen vergoeding als hij de ondersteuning al heeft gekocht.

Deze subsidie is beschikbaar in alle branches.

UWV – Scholingsvoucher voor werkzoekende uit de langdurige zorg
De scholingsvoucher voor werkzoekenden vanuit de langdurige zorg is een tijdelijke subsidie die beschikbaar is gesteld voor werkzoekenden uit de langdurige zorg om een opleiding of EVC-traject (Erkenning van eerder verworven competenties) te bekostigen. Met de scholingsvoucher kan de werkzoekende zich laten om- of bijscholen naar een kansberoep.

De scholingsvoucher is bedoeld voor mensen die op zoek zijn naar ander werk, vanuit de langdurige zorg. Het gaat hierbij om personen voor wie de volgende situaties voor gelden:
  • De betreffende persoon heeft een zorgberoep in de langdurige zorg.
  • De betreffende persoon heeft een zorgberoep in de langdurige zorg gehad en ontvangt vanuit die baan een WW-uitkering of IOW-uitkering.

Er is sprake van een zorgberoep in de langdurige wanneer zorg is of wordt verleent aan mensen die langdurig van zorg afhankelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld zorg in een instelling zijn maar ook thuiszorg. Bij functies waarin geen directe zorg is of wordt verleend, zoals in een administratieve functie, is geen sprake van een zorgberoep en komt u niet in aanmerking voor de scholingsvoucher.

Deze subsidie is alleen voor branche: Zorg

Vlakglasbranche - Opleidingssubsidie
Een werkgever in de Vlakglasbranche die zijn werknemer(s) een cursus/training laat volgen, kan in aanmerking komen voor een subsidie vanuit STOOV(Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Vlakglasbranche). Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in: Vaktechnisch; Arbo & Veiligheid; Magazijn & Expeditie; Communicatie, commercie en management; en Overige cursussen. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de soort scholing, maar ligt in ieder geval tussen de 50% en 100% van de kosten. De specifieke scholingen en subsidies zijn terug te vinden in de Cursuscatalogus van STOOV.

Klik hier voor de catalogus.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vlakglasbranche

Vleessector - Employability
Het doel van deze subsidie is om door middel van opleidingen een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt.

Een werknemer kan in aanmerking komen voor een bijdrage in de scholingskosten ter hoogte van maximaal € 500,-- per jaar (maximaal € 1.000,-- per twee jaar). Deze bijdrage wordt verstrekt door het FCBVlees (Fonds Collectieve Belangen Vleessector). Onder scholingskosten wordt ook de noodzakelijke tijd voor het afleggen van een examen verstaan, voor zover dit binnen het reguliere arbeidsrooster van de werknemer valt . Overige verleturen worden niet vergoed.
Een werknemer kan eenmaal in de vijf jaar een loopbaanadvies verzoeken. Dit loopbaanadvies mag maximaal € 750,-- kosten.

EVC- en loopbaantrajecten kunnen ook in aanmerking komen voor een bijdrage via de employabilityregeling.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Vleessector - Opleidingssubsidie BBL 1 en 2
Een werkgever die een jongere van 16 jaar of ouder in dienst neemt en opleidt, kan een subsidie ontvangen vanuit het FCBVlees (Fonds Collectieve Belangen Vleessector). Hierbij wordt in het bijzonder gelet op het feit of de jongere langdurig werkloos is en geen werkervaring heeft.
De opleidingssubsidie is onderverdeeld in een leeftijdssubsidie en een opleidingssubsidie.

De Leeftijdssubsidie bedraagt in het 1e jaar (opleiding BBL) € 1.200,- per leerling. In het 2e opleidingsjaar wordt € 600,- uitgekeerd.

De diplomasubsidie vergoedt de diplomatoeslag van € 204,- die een werkgever aan de leerling uitkeert bij het behalen van een NT2 certificaat, een BBL niveau 1 of 2 diploma. Indien een leerling een jaar na het behalen van het diploma nog bij dezelfde werkgever in dienst is, betaalt deze een eenmalige diplomatoeslag van € 272,- bruto. Ook deze diplomatoeslag wordt door het Fonds vergoed.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Vleessector - Overige Opleidingssubsidies
Een werkgever die investeert in opleidingen voor zittende werknemers t.b.v. doorstroom, kan een vergoeding krijgen voor de kosten van ingezette opleidingen. Deze vergoeding wordt verstrekt door het FCBVlees (Fonds Collectieve Belangen Vleessector). Om hiervan gebruik te kunnen zal de werkgever een opleidingsplan moeten indienen. De cursus 'Nederlands op de werkvloer' zal hiervan een integraal onderdeel moeten vormen . De werkgever is verplicht deze cursus aan te bieden.

De hoogte van de subsidie is verschillend per opleidingssoort:

Functiegebonden opleidingen:
Voor opleidingen tot HBO-niveau 50% subsidie. Een opleiding is functiegebonden als deze aansluit op of bijdraagt aan de uitvoering van de huidige werkzaamheden en de werkgever de werknemer 100% tegemoet komt in de vergoeding van de opleidingskosten en de daaraan verbonden uren binnen of buiten werktijd.

Gedeeltelijk functiegebonden opleidingen:
Voor opleidingen tot HBO-niveau 50% subsidie. Een opleiding wordt als gedeeltelijk functiegebonden beoordeeld als de werkgever de werknemer 50% tegemoet komt in de vergoeding van de opleidingskosten en de daaraan verbonden uren binnen werktijd.

HBO-opleidingen:
Het subsidiepercentage en de beoordeling is zoals hierboven beschreven (functiegebonden of gedeeltelijk functiegebonden). De maximale subsidie bedraagt € 1.000,- per opleiding.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Vleessector - Subsidie leerwerkplekken
De Subsidie Leerwerkplekken is beschikbaar voor werkgevers die jongeren (16 tot 27 jaar) een leerwerkplek aanbieden. Deze jongeren dienen onder de doelgroep van de Participatiewet te vallen, Zij hebben beperkende mogelijkheden, maar zijn met ondersteuning wel bemiddelbaar naar reguliere banen in de vleessector. De werkgever kan deze jongeren een leerwerkplek aanbieden voor de periode van 3 maanden, met de intentie om hen na afloop een dienstverband aan te bieden. De subsidie voor deze periode is €1.500,-. Voor een kortere periode leerwerkplek zal de subsidie naar rato per maand worden uitgekeerd. Voor de specifieke groep Wajongers geldt de maximumleeftijd van 27 jaar niet.
Wanneer de leerling na 6 maanden na start van de leerwerkplek nog steeds in dienst is van de werkgever, ontvangt deze een aanvullende subsidie van €500,-.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Vleessector - Subsidies ten behoeve van projecten
Het Stichting Fonds Collectieve Belangen Vlees (FCB vlees) financiert projecten die bijdragen aan haar algemene doelstelling.
Deze algemene doelstelling bestaat uit het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers in de Vleeswarenindustrie in de meest ruime zin.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Vleessector - Vergoeding Erkenning Verworven Competenties (EVC)
Een EVC-traject wordt ingezet om eerder verworven competenties vast te leggen in een ervaringscertificaat. Een werkgever die het een werknemer mogelijk maakt een EVC-traject te doorlopen kan 50% van de kosten van dit EVC-traject vergoed krijgen vanuit het FCBVlees (Fonds Collectieve Belangen Vleessector). De kosten van een interne assessor zijn ook 50% subsidiabel met een maximum van € 625,- per werknemer.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Vleessector - Verletkostenvergoeding
Een werkgever die verletkosten heeft i.v.m. in de onderneming werkzame vakbondskaderleden die deelnemen aan door de vakbond georganiseerde kaderbijeenkomsten en activiteiten op het vlak van scholing, vorming en opleiding kunnen hiervoor een vergoeding krijgen vanuit het FCBVlees (Fonds Collectieve Belangen Vleessector).

De verletkostenvergoeding is gelijk aan het salaris per uur x het aantal verleturen van de betreffende werknemer.

Deze subsidie is alleen voor branche: Vleessector

Welzijn - Subsidie Slimme WERKvloer
Met deze subsidie kun je een stap zetten die bijdraagt aan een stevigere positie in je werk en op de arbeidsmarkt. De subsidie kan aangevraagd worden afhankelijk van de situatie en/of behoefte: kortom wat er nodig is om aan het werk te blijven, nieuwe mogelijkheden te ontdekken of vaardigheden te ontwikkelen. Klik hier voor inspiratie in het aanbod. Zowel de organisatie als een medewerker kan de subsidie aanvragen.
Aanvragen dienen uiterlijk 31 december 2017 ingediend te zijn. Er is ruimte voor circa 300 aanvragen – op is op!

Deze subsidie is alleen voor branche: Jeugdzorg, Kinderopvang, Welzijn & Maatschappelijke dienstverlening

Woningcorporaties - Algemene scholing
Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor het opleiden van hun medewerkers. Deze maatregel bestaat uit het aanbieden van algemene scholing en kwalificerende opleidingstrajecten aan medewerkers in de functiegroepen verhuur, verkoop en bemiddeling, woning-, wijkbeheer en leefbaarheid, technisch toezicht, projectvoorbereiding, projectontwikkeling en management. Kwalificerende trajecten zijn mogelijk bij MBO techniek, MBO Secretariaat en MBO Facilitaire Dienstverlening, bij HBO Elektrotechniek en bij WO Informatica en Bestuurlijke Informatiekunde. Medewerkers die onder startkwalificatieniveau zitten, krijgen een scholingsaanbod om op kwalificatieniveau te komen.

Deze subsidie is alleen voor branche: Woningcorporaties

Woningcorporaties - EVC-traject
Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor een Ervaringscertificaat ( EVC) van medewerkers. De maatregel is gericht op het aanleren van algemene competenties en de uitvoering van Erkenning van Verworven Competenties (EVC)- trajecten. Dit bevordert de doorstroom van een medewerkers naar een andere functie. De maatregel is gericht op medewerkers waarmee functieverandering is overeengekomen in een niet-vrijblijvend individueel groeiplan.

Deze subsidie is alleen voor branche: Woningcorporaties

Zorg - Beschikbaarheidbijdrage (Medische) Vervolgopleidingen
Zorgaanbieders die werknemers opleiden tot (medisch) specialist of gespecialiseerd verpleegkundig of ondersteunend personeel, kunnen hiervoor een vergoeding ontvangen.

De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:
  • De 28 erkende medisch specialismen, technische zorgspecialismen, tandheelkundige specialismen, overige specialismen, gezondheidszorgpsycholoog en klinisch psycholoog in bepaalde instellingen.
    De ziekenhuisopleidingen zijn:

    • De vervolgopleiding tot ziekenhuishygiënist, gipsverbandmeester en gespecialiseerd verpleegkundigen.
    • Vervolgopleidingen tot medisch ondersteunend personeel.

    Er zijn een maximaal aantal instroomplaatsen en doorstroomplaatsen vastgelegd door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) in het verdeelplan. Klik hier voor een overzicht van de vergoedingsbijdragen voor vervolgopleidingen van 2017.

    Let op: aanvragen voor een beschikbaarheidbijdrage dienen vóór 1 oktober van het betreffende jaar ingediend te worden.

    Deze subsidie is alleen voor branche: Zorg

  • Zorg - Bijscholingsprogramma van gemiddeld 8 dagen
    Er is ruimte gereserveerd voor de ontwikkeling van de competenties van medewerkers gericht op de uitdagingen die met de transities samenhangen. Daarvoor zijn onder andere middellange trainingsprogramma’s te volgen van gemiddeld 8 dagen.

    Deze subsidie is alleen voor branche: Zorg

    Zorg - Stagefonds Zorg
    Het Stagefonds maakt het mogelijk dat zorginstellingen die stageplaatsen realiseren voor studenten van bepaalde zorgopleidingen een bijdrage krijgen voor de kosten van de stagebegeleiding. Het Stagefonds wordt verstrekt door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en uitgevoerd door de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
    Voor vergoeding uit het Stagefonds komen in aanmerking: instellingen die zorg leveren en stages realiseren voor leerlingen die een verpleegkundige, verzorgende of sociaalagogische opleiding volgen, of een opleiding tot doktersassistent, apothekersassistent of tandartsassistent.

    VWS berekent na afloop van een studiejaar de hoogte van het bedrag per zorginstelling. Het normbedrag per fulltime (fte) stage is afhankelijk van het totaal aantal gerealiseerde stageplaatsen. De normbedragen 2016/2017 worden medio november 2017 bekend gemaakt. De subsidie per stageplaats wordt berekend aan de hand van bestanden met stagegegevens die de ROC's, hogescholen en de particuliere onderwijsinstellingen bijhouden. Op basis van gegevens van deze onderwijsinstellingen berekent VWS het aantal plaatsen en de bijbehorende subsidie.

    Vanaf 18 augustus 2017 is het mogelijk om subsidieaanvragen voor het schooljaar 2016/2017 online in te dienen via het nieuwe portaal. Vanaf deze datum zijn alle benodigde informatie en documenten vindbaar op de website. Desgewenst blijft het ook nog mogelijk een aanvraag per post in te dienen. Om het vooringevulde aanvraagformulier van uw zorgconcern per post te ontvangen kunt u contact opnemen met het ministerie van VWS via (070) 340 55 66 of stagefonds@minvws.nl

    De aanvraag dient uiterlijk op 1 oktober van het betreffende studiejaar ontvangen te zijn.

    Deze subsidie is alleen voor branche: Zorg

    Zorg - Subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg
    Zorginstellingen die zorg leveren op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw) kunnen in de periode van 2014-2017 subsidie krijgen om hun medewerkers op te leiden. De subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg is bedoeld voor de inrichting van interne en externe opleidingen voor personeel, studiebegeleiding van medewerkers in opleiding, de vervanging van medewerkers in opleiding en het gebruik van specifieke opleidingsfaciliteiten.

    Deze subsidie is alleen voor branche: Zorg

    Zorg - Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg
    Ziekenhuizen die werknemers opleiden tot jeugdarts, arts infectieziektenbestrijding, arts tbc-bestrijding en medisch milieukundige (1e en 2e fase) - ofwel de opleidingen in de publieke gezondheidszorg - kunnen een instellingssubsidie ontvangen. Deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Er is een subsidie bij instroom en doorstroom in opleidingen.

    Voor deze opleidingen is financiering via een beschikbaarheidsbijdrage niet mogelijk, omdat de zorg die deze artsen leveren niet direct is gekoppeld aan zorg volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

    Deze subsidie is alleen voor branche: Zorg

    Terug

    Copyright © 2015 Subsidiescanner.nu
    Subsidiescanner.nu wordt samengesteld door BMC | Implementatie en financieel mogelijk gemaakt door de Provincie Noord-Brabant.

    Aan de informatie uit Subsidiescanner.nu kunnen geen rechten worden ontleend.